Kaufhaus Meyer

Ik had dit stuk over tal van winkeliers kunnen schrijven, maar dan wordt het zo gauw persoonlijk. Niet dat ik daarvoor wegloop, integendeel, maar dat bespreek ik liever onder vier ogen. Ook in Alphen aan den Rijn! Maar, omdat ik al vijftien jaar in het Eifelstadje Daun rondloop, doe ik het maar over Kaufhaus Meyer!
Daun is een middelgroot stadje, een ‘Kreisstadt’, bepalend voor de nummerborden ter plekke (DAU), met in feite één lange winkelstraat met parkeerterreinen aan beide uiteinden. Omdat die winkelstraat nogal stijl omhoog, en dus ook omlaag, loopt, compleet met haarspeldbocht, kun je ervoor kiezen eerst naar boven, óf eerst naar onderen te lopen. Onderweg kom je niet alleen langs een ‘Vulkanmuseum’ maar ook langs een heus ‘Cultuurhuis’ waarvan de Alphenaren zouden willen dat ze het al hadden. Daun is dan wel een toeristenstad, maar beschikt wel over een keur van leuke winkels, van discounters tot ‘multi-brand’ modewinkels. Natuurlijk, maar dat is in elke Duitse plaats het geval, kun je als bezoeker terecht bij een uitgebreid assortiment horecazaken, mét terras én klantvriendelijke bediening, hóe druk het ook is.
Enfin, middenin die winkelstraat, in die haarspeldbocht, staat sinds mensenheugenis ‘Kaufhaus Meyer’. Een, ook voor huidige begrippen, grote winkel, mét een eigen onderdoorgang naar de andere kant van de bocht, die er uit ziet, binnen en buiten, alsof daar minstens een halve eeuw niets aan is gebeurd. Etalageruiten gevat in koperen sponningen, een ook met koper beslagen deur met de soliditeit van een bankkluis, en winkelmeubilair waarvan de makers al lang geleden overleden zijn. Nee, het hofje waarvan ‘Kaufhaus Meyer’ deel uitmaakt, ademt minstens de negentiende eeuw, en het zit erin dat deze winkel al meer dan honderd jaar geleden het toppunt van moderniteit in het toen nog armelijke Daun was.
Maar ja, als je laatste verbouwing vlak voor, of vlak na de oorlog plaatsvond, loop je wel enigszins achter, natuurlijk. Uiteraard gezocht én gevonden op het internet, maar een website? Natuurlijk niet! De ‘Reineke Erben’ hebben niets met wát er ook intussen op retailgebied is ontwikkeld.
Je verwacht dan ook een assortiment uit het jaar nul, maar niets is minder waar. De vele en grote etalages tonen een uitgebreid assortiment mode, stoffen en woningtextiel van bekende merken, maar wel, consequent, in jaren 50 stijl! Even consequent worden de artikelen in de etalages aan de zuidzijde uit de zon, én uit het zicht van de klant, gehouden door ouderwetse witte lakens.
Het is duidelijk, de winkel, gerund als familiebedrijf, moet het hebben van het combineren van haar beslist ultralage kosten, haar solide naam in de verre omtrek én haar vaste klantenkring. Hoe lang men het daarmee nog volhoudt is moeilijk te zeggen, maar omdat het voor nieuwe klanten nogal wat moed vergt om de deur te openen, zal dat toch niet al te lang meer duren, lijkt me.
Natuurlijk heb je in Duitsland, zeker in dit soort steden (in Wittlich of Mayen is het niet anders) wel meer van dit soort winkels. Maar ook in Nederland kom ik ze regelmatig tegen. Natuurlijk vaak in de periferie, ver buiten het winkelcentrum, waar ze eigenlijk alleen de eigenaar kwaad doen. Maar ook gewoon middenin een moderne winkelstraat. Winkels, groot en klein, die door hun ouderwetse, vaak sleetse, uiterlijk natuurlijk dodelijk zijn voor het imago van die winkelstraat als geheel.
Wat mij opvalt, is dat ook verder heel actieve winkeliersverenigingen hier weinig aan doen. Ze beschouwen de situatie snel (te snel) als iets waaraan ze niets kunnen doen. En ook gemeenten die tonnen steken in ‘citymanagement’, of wat daarvoor doorgaat, laten de boel de boel omdat ze niet in de schoenen van hun ondernemers willen staan. Maar waar blijft dan het algemeen belang?
Natuurlijk zijn er nog meer factoren die de aantrekkelijkheid van een stads, wijk, buurt of dorpscentrum bepalen, ze staan uitgebreid beschreven in mijn boek Marketing voor Retailers, 2e editie. Maar het imago wordt toch in eerste instantie bepaald door hoe modern, of gedateerd, dat winkelcentrum er in de ogen van de klant uit ziet.
Merkwaardig dat juist de gemeente hierop vaak een NEGATIEF beleid voert. Zolang de ondernemer niets onderneemt, wordt hem of haar geen strobreed in de weg gelegd, zolang de openbare veiligheid niet in het geding komt.
Maar juist als die ondernemer de hand aan de ploeg slaat, en zijn winkel ingrijpend wil gaan moderniseren, komt hij tegenover een half regenwoud aan voorschriften, verboden en vergunningen te staan. Dat kost niet alleen veel geld (en dat is toch al krap, in de retailsector), en niet alleen veel tijd (die de ondernemer beter in zijn klanten kan steken), maar leidt ook tot frustratie bij de betrokken ondernemer, én bij zijn directe omgeving. Kortom, iedereen is blij dat een dergelijke winkel up to date wordt gebracht, maar dat lukt vaak meer ondanks, dan dankzij de gemeentelijke medewerking.
Juist in deze tijd zou ik ervoor pleiten dit soort activiteiten juist te ondersteunen, bijvoorbeeld via een revitalisatiebureau op het stadhuis. En laat de gemeentelijke ‘branchecommissie’ zich minder met de belangen van individuele ondernemers (vaak leden) bezighouden, en meer met de aantrekkelijkheid van het winkelcentrum als geheel. Dan zijn we binnen tien jaar van dit soort stoorzenders bevrijd!

Zoeken

Toekomstige evenementen

Er zijn momenteel geen toekomstige events.