Alphen winkelstad?

Bepaalt de grootte van het verzorgingsgebied de mogelijkheden voor stads-, wijk- en buurtcentra? Na het lezen van mijn columns in de voorgaande weken zou je dat kunnen afleiden. Toch is dat niet waar. De aantrekkelijkheid van een winkelcentrum, met welke maatschappelijke functie dan ook, wordt mede bepaald door het consumentengedrag én de aantrekkelijkheid. Waar ons Stadshart onmogelijk op haar omvang, ligging en functie kan scoren, wát de vele lokale ‘deskundigen’ ook beweren, is dat wel degelijk mogelijk op aantrekkelijkheid. We hebben het dan over zaken als een breed aanbod in een diversiteit aan producten en diensten, meerdere prijsklassen, interactieve, mobiele, website, voorzieningen voor kinderen én bejaarden, mogelijkheid winkelen met recreatief aanbod te combineren en bereikbaarheid in al haar facetten zoals ik dat in de tweede editie van ‘Marketing voor Retailers’ heb beschreven. In de huidige discussies wordt veel te veel nadruk gelegd op activiteiten buiten winkels en horeca om. Ook belangrijk, maar op zichzelf voor ons Stadshart onvoldoende om voor grote groepen consumenten een aantrekkelijk winkelcentrum te worden, te zijn en te blijven.
In ons Alphense Stadshart hebben we, vanuit ons dorpse verleden, nog veel te veel aanbod in dagelijkse gebruiks- en verbruiksartikelen, waarbij vooral de drie supermarkten opvallen. Natuurlijk hebben klanten ook dat soort producten nodig, maar daarvoor hebben we onze wijk- en buurtcentra. We moeten, zeker in een stad waarin de bereikbaarheid (aanvoerroutes én parkeren) een probleem vormt, voorkomen dat consumenten bloemkolen in ons Stadshart gaan kopen. Een Stadshart is er om gezellig te winkelen, en niet om dagelijks boodschappen te doen. Dat scheelt gelijk ook heel veel verkeer, parkeerruimte én milieudruk in en rond ons centrum. De creatie van een aantrekkelijk Stadshart is een zaak van de lange adem, niet iets om even snel te scoren, zoals veel ondernemers én politici in deze stad denken. Alphen heeft een compleet, maar compact stadshart nodig, waarbij de grote ketens onvermijdelijk het centrum (down-town) beheersen, maar waar, zowel via Micro-Stores in dat centrum, als via vestiging in onze goedkope off-town locaties Hooftstraat, Raadhuisstraat en Julianastraat, de verscheidenheid aan producten, diensten én locale formules wordt geboden die dat winkelen elke dag weer tot een avontuur, tot een belevenis moet maken. Als we er verder nog in slagen de vele activiteiten in en rond ons Stadshart te integreren met dat zakelijke aanbod, kunnen we in ieder geval voor de inwoners van onze eigen gemeente een ‘place to be’ scheppen. We zullen nooit, daar is ons Stadshart stomweg te klein voor, voorkomen dat een belangrijk deel van de aankopen buiten dat stadshart plaatsvindt, in veel grotere winkelcentra dan hier ooit mogelijk zal zijn. Het zal zijn opgevallen dat ik de ‘zondagsopening’ niet als belangrijk onderdeel van ‘attractiviteit’ opvoer. Maar als ons Stadshart niet op zaterdag aantrekkelijk is, waarom zou dat nu op zondag wel het geval lukken? Als het allemaal lukt, komt die zondagsopening vanzelf; als het niet lukt, is zondagsopening zinloos. Daarover heb ik al vaker gepubliceerd.

Maar tegelijkertijd zitten we met de factor consumentengedrag. Ik heb toch vaak de indruk dat de Alphenaren die zich, op wat voor manier dan ook, met ons centrum bezighouden, een consument voor ogen hebben die er over een aantal jaren gewoon niet meer is. Dat is het geval met winkelformules die nog veel te veel vanuit verouderde denkbeelden over branches opereren, en ook de invulling van het geplande ‘Cultuurhuis’ gebeurt op basis van een over tien jaar onvindbare consument. Veroudering, het Internet en Maatschappelijke Verantwoordelijkheid zijn de factoren die dat consumentengedrag in hoge mate gaan bepalen en er is nauwelijks een ondernemer of politicus in onze stad te vinden die daar oog voor heeft. Onze stad schept oplossingen voor de problemen van gisteren.
Winkels zullen niet, zoals goeroes als Cor Molenaar stellen, verworden tot showrooms en afhaalcentra, omdat alle transacties via het internet gaan plaatsvinden. Maar winkels zullen zich, nét als de reisbranche, moeten realiseren dat voor sommige aankopen het internet een veel beter alternatief is. Maar juist door dat internet in de eigen formule te integreren, kunnen die winkels enorm besparen op hun voorraad en hun ruimtebeslag. Want waarom zou je voor elke mogelijke klantenwens, voor elke mogelijke maat of persoonlijke voorkeur, voorraad in je winkel hebben, als zowel die klant zelf, als het winkelpersoneel, dat product eenvoudig via de eigen website kan beoordelen en bestellen? Winkelassortimenten kunnen dus veel compacter worden en passen daarmee in kleinere, goedkopere, winkels. Of de winkeliers gaan de vrijgekomen ruimte benutten om de winkel voor hun klanten tot een aangename verblijfsruimte te maken, of om hun assortiment te verbreden en daarmee hun oude, vertrouwde, branche te verlaten. Hoewel het op den duur nog veel verder kan (moet) gaan, ben ik benieuwd hoe dat voor Haasbeek-Centrum in de Julianastraat gaat uitpakken. Micro-stores, in kiosken, in delen van grotere winkels of als shop-in-the-shop, verlevendigen het aanbod zonder dat het veel vierkante meters kost, en vormen daarmee een leuke opstap voor jonge ondernemers. En alles wat niet ‘main-stream’ is, vindt de klant in de vele snuffelwinkels die Raadhuisstraat, Hooftstraat en Julianastraat gaan bevolken.

Kortom, ons Stadshart kan niet scoren door haar beperkte functie en klein verzorgingsgebied, maar kan dat compenseren door aantrekkelijkheid. Tenminste als er een paar fundamentele keuzes worden gemaakt die effectief gebruik maken van de mogelijkheden die het (mobiele) internet en Social Media ons verschaffen. Nieuwbouw is daarbij belangrijk, maar niet bepalend!

Zoeken

Toekomstige evenementen

Er zijn momenteel geen toekomstige events.