De Adviseur (II)

Communiceren is nog altijd moeilijk, in onze gemeente, en ook in andere gemeenten. Wethouder Hoekstra heeft een methode verzonnen waarbij alle, meer of minder hierin geschoolde, belangstellende Alphenaren daadwerkelijk mee kunnen werken aan die communicatie. Het project ‘De Adviseur’. Over de honderd Alphenaren gaven zich op, en op de eerste sessie kwamen ruim tachtig ‘adviseurs’ opdagen. Binnenkort volgt de tweede.
Al in de eerste column over dit onderwerp heb ik geprobeerd U uit te leggen hoe de manier van werken op het stadhuis U als burger, maar ook U als raadslid, steeds weer verwart. In deze aflevering wil ik U daarom schetsen waarom een burger er eigenlijk altijd te laat bij is, om te protesteren tegen wat hij of zij als aantasting van de wijk of van zijn woongenot ziet. Het is immers puur logisch dat vrijwel geen Alphenaar zich over de gemeentelijke communicatie bekommert….tot er iets in de eigen achtertuin gaat gebeuren.
Het is gebruikelijk, zelfs wettelijk verplicht, om ten aanzien allerlei veranderingen van de bestaande situatie, of in bestaande plannen, zienswijzen in te zamelen van burgers die daar op een andere manier tegenaan kijken dan de gemeente. De praktijk is dat met het gros van die zienswijzen helemaal niets gebeurt. Dat is natuurlijk buitengewoon frustrerend voor de indieners, die dan ook weinig zin hebben daar bij een volgende gelegenheid opnieuw veel tijd in te steken. Maar het is ook frustrerend voor de gemeente zelf, die met allerlei, vaak ook op het algemene belang gerichte, ideeën zit maar er weinig mee kan doen. En die frustraties zijn een eersteklas hinderpaal voor een goede communicatie tussen de gemeente en haar burgers.

Het probleem is de planologie!
In dit vakgebied worden, op elk niveau van ons land, structuren ontwikkeld die ervoor moeten zorgen dat organisatie, bedrijf, mens, dier en plant zich in ons overvolle landje kan blijven bewegen, dat we er allemaal in kunnen wonen, werken, winkelen of recreëren. Dat gaat van landelijke structuren (zoals het nu in discussie zijnde ecologische verbindingszones) tot plaatselijke, wijkgerichte, bestemmingsplannen en alles wat daar tussen zit. Elk plan op hoger niveau beperkt de mogelijkheden voor plannen op lager niveau, zodat we een bepaalde wijk alleen kunnen ontwikkelen als we rekening houden met massa’s randvoorwaarden. En áls het dan kan, ontbreekt het geld, loopt een projectontwikkelaar weg of nestelen zich vleermuizen. En dan kunnen we helemaal opnieuw beginnen.
Op deze manier is het wel te begrijpen, ook al is dat niet goed, dat de gemeente plannen doorzet ook al ziet niemand daar de zin meer van in, of op een plaats waar het kán, in plaats van op een plaats waar het zou moeten. Zo kan écht niemand U uitleggen waarom het Wiebel Biebel gedrocht midden in onze laatste groene oase gebouwd moest worden. Tenminste niet, tot iemand U uitlegt dat de eigenaars beloofd was dat ze hun droom konden bouwen, maar dat de gemeente er gewoon geen andere locatie voor kon vinden. Of waarom buurten vergeefs vochten tegen de plaatsing van een voetbalkooi, omdat die kooi allang in het gemeentelijk speelruimteplan was opgenomen. Ook de “groene tong” in Kerk en Zanen is zo’n voorbeeld. Iedereen in die wijk zag het als een gemeentelijke groenvoorziening, terwijl er volgens alle bestemmingsplannen gewoon op gebouwd kon worden. Berucht is ook de planning van winkelcentrum ‘De Atlas’ waarbij als randvoorwaarde was opgenomen dat dit WIJKwinkelcentrum niet mocht concurreren met de winkels in het Stadshart, zodat deze grote wijk het moet doen met iets dat niet meer is dan een buurtcentrum. In de planning was al in de zeventiger jaren bepaald dat de belangen van de centrumwinkeliers groter waren dan die van de burgers die hier zouden gaan wonen. Een probleem dat we alleen op kunnen lossen door, ergens in het zuiden van die wijk, minstens nog één buurtcentrum te bouwen. Maar die wijkbewoners kregen dat pas door toen de wijk er al twintig jaar stond.

Wat ontbreekt, is de vertaling van de grotere plannen naar wat deze (kunnen) betekenen in de eigen wijk, het eigen dorp of buurt. Wat voor invloed heeft een verandering van het gemeentelijk verkeers en vervoersplan (GVVP) op de ontwikkelingsmogelijkheden van de wijk Gouwsluis, bijvoorbeeld. En wat betekent de ontwikkeling van de Gnephoek, vandaag nog eens bepleit door Dick Kalkman, voor de leefbaarheid van de wijk Groenoord. Wat gebeurt er als we voor die wijk geen compleet wijkcentrum (winkels, culturele voorzieningen, gezondheidszorg en welzijnsvoorzieningen) bouwen. En hoe voeren we die extra 20.000 Alphenaren elke morgen en avond naar en van hun werk zonder dat de wijk Ridderveld omkomt in het fijnstof?
Als we weten dat de burger alleen reageert wanneer de gemeentelijke plannenmakerij de eigen achtertuin raakt, waarom houden we daar dan met de communicatie vanuit de gemeente geen rekening mee? Wat heeft die burger aan tonnendure inspraakprocessen als het al te laat is zaken écht te veranderen?

Zoeken

Toekomstige evenementen

Er zijn momenteel geen toekomstige events.