Groei is geen ontwikkeling!

De gemeente Alphen aan den Rijn is ooit ontstaan uit drie kleine gemeenten: Alphen, Oudshoorn en Aarlanderveen, elk met een eigen stadhuis op één vierkante kilometer rond de ‘Alphense brug’, Als gevolg daarvan begon de nieuwe gemeente al direct niet met één, maar met drie dorpscentra. Een situatie die, met de Julianastraat (Alphen), de Raadhuisstraat (Aarlanderveen) en de Hoofdstraat (Oudshoorn) tot op de dag van vandaag tot problemen leidt. Want tijdens de groei van het ‘ouwe dorp’ vestigden nieuwe winkels zich vooral aan de Van Mandersloostraat en de Castellumstraat. In de zeventiger jaren verjoeg zelfs een compleet overdekt winkelcentrum, De Aarhof, de laatste tuinderij (!) uit het centrum. Maar de winkels in de ‘oude winkelstraten’ bleven gewoon bestaan en dus kwam van ‘centrumvorming’ eigenlijk niets terecht.

De problemen kwamen pas opzetten toen Alphen in de zeventiger jaren opeens heel snel uitbreidde, en de nieuwe wijk Ridderveld wel voor nieuw potentieel voor het dorpscentrum zorgde, maar ook gelijk over een gloednieuw winkelcentrum beschikte. ‘De Ridderhof’, oorspronkelijk zelfs met drie supermarkten. Later, na de bouw van ‘Ridderveld II’, zorgde de bouw van ‘De Herenhof’ voor een nog grotere disbalans binnen de bewinkeling van ons dorp, en zelfs tot een disbalans tussen die Herenhof en de Ridderhof. Intussen had de vanouds bestaande bewinkeling tot die plotselinge groeispurt volop kunnen profiteren van de gestage groei van Alphen aan den Rijn na de oorlog. Maar daarna raakten vooral de winkels aan de aloude ‘dorpsstraten’ in de versukkeling.

Alphen aan den Rijn wist niets beters te verzinnen dan het bouwen van nieuw winkelcentrum aan de Hoge Zijde, al was het maar om de bouw van een peperduur nieuw gemeentehuis te rechtvaardigen. Helaas, maar voorspelbaar,  veranderde die nieuwbouw helemaal niets aan de aantrekkelijkheid van wat sindsdien als ‘Stadshart’ wordt aangeduid. Dat stadshart trekt na de bouw rond het Rijnplein minder mensen dan daarvoor, en dat wordt eerder slechter dan beter. De aanwijzing van Julianastraat, Raadhuisstraat en Hoofdstraat als ‘aanloopstraten’ in de stadshartplannen duidt er alleen maar op dat politici wel het goede boek lazen, maar dat niet begrepen. Er valt via die straten immers niets ‘aan te lopen’, daarbij komen klanten tegenwoordig direct per auto naar het centrum. Deze straten bieden eerder een ‘uitloop’ vanuit het centrum, dan een ‘aanloop’ naar dat centrum.

Als gevolg van dit planologische geklungel heeft Alphen nog steeds een (heel groot) dorpscentrum, waar bewoners voor van alles en nog wat terecht kunnen, maar geen stadscentrum waar inwoners graag gaan winkelen en recreëren. Op de beperkte centrumbevolking na zouden onze inwoners voor de dagelijkse boodschappen immers in hun wijken, buurten en dorpen terecht moeten kunnen. Maar ja, ‘De Atlas’, om een voorbeeld te noemen, is veel te bescheiden gebouwd om de inwoners van onze wijk ‘Kerk en Zanen’ te voorzien van voldoende aanbod, met als gevolg dat die inwoners nog heel erg gericht zijn op het Stadshart. Het is alleen jammer dat ze daar zo slecht kunnen komen!

Toen wij in 1972 in Alphen kwamen wonen, vonden we daar een jonge bevolking, met hele netwerken van babyfoondraden in de achtertuinen. Dát is veranderd, de bevolking veroudert omdat aan de snelle groei van onze bevolking een eind is gekomen. Maar waar dat zou moeten leiden tot een duidelijke aanpassing van de bewinkeling in onze stad moet de bevolking het nog steeds doen met de winkelcentra die met het oog op een heel anders samengestelde bevolking zijn gebouwd. Je zou verwachten dat ‘het stadhuis’ zou inzetten op het ontwikkelen van ‘dagelijkse winkelvoorzieningen’ op de plek waar de bevolking dagelijks, in de wijken, buurten of dorpen, verblijft. Zodat de schaarse ruimte in ons stadshart optimaal kan worden gebruikt voor aankopen van niet-dagelijkse goederen en diensten.

Dat betekent natuurlijk wel dat er in de wijken en buurten ruimte moet worden geschapen voor meer aanbod in producten en diensten die dagelijks nodig zijn. Aan de andere kant moeten die bedrijven het stadshart, waar ze onvoldoende bijdragen aan de sfeer die een stadshart moet hebben, op termijn verlaten. Hiervoor is een lange termijn beleidsvisie nodig. Nou ligt die visie er wel, maar die is toch meer gebaseerd op het verleden en de belangen van de huidige ondernemers, dan op de toekomst. Voor de periode waarop ik me in deze column richt, de jaren na 2018, is al helemaal niets bedacht of bepaald. Alphen moet zich dringend heroriënteren op wat we als burgers met die stad willen en wat we van die stad verwachten, maar intussen blijven politiek en bestuur vasthouden aan verouderde denkbeelden over de ‘maakbare samenleving’. Dit alles geldt niet alleen voor de winkels en de horeca, maar net zo goed voor zaken als onderwijs, cultuur, welzijn, overheid en gezondheidszorg. Maar over die andere maatschappelijke sectoren leest U meer in de volgende aflevering.

Zoeken

Toekomstige evenementen

Er zijn momenteel geen toekomstige events.