De geschiedenis van Zwammerdam

Oorsprong van het dorp en vroege geschiedenis

Zwammerdam is een zeer oud dorp in het Hart van Rijnland, sinds 1964 deel uitmakende van de gemeente Alphen aan den Rijn, gelegen aan de Oude Rijn, halverwege tussen Alphen en Bodegraven. De oudste resten van bewoning dateren uit de 8ste tot 10de eeuw.

Zwammerdam leent zijn naam aan een dam, de Suadenborchdam, die in 1165 aangelegd werd door de graaf van Holland, Floris III, om het water van de Rijn tegen te houden. Na het schijnt heeft de grote stormvloed van 1163 de laatste hand gelegd aan de verzanding van de uitmonding van de Rijn in de Noordzee bij Katwijk. De rivier vloeide echter nog vrij af van Utrecht en veroorzaakte overstromingen in de landen van de graaf van Holland. Veel land was reeds verloren gegaan en veel mensen waren verdronken.

Maar de oudste resten van stenen gebouwen in deze omgeving stammen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Zoals in Alphen (zie mijn artikel daarover) bestond er op deze plaats van 43 – 246 na J.C. een Romeinse versterking of “castellum”. Wat als zodanig vermeld staat op een middeleeuwse kopie van de kaart van Puttinger als “Nigrum Pullum”, wat wil zeggen ‘een hoger gelegen plaats op zwarte grond’. Deze versterking was gelegen op het terrein waar nu nog het centrum voor geestelijk gehandicapten de “Hooge Burch” staat. De resten van deze Romeinse versterking zijn in de jaren ’70 van deze eeuw opgegraven enkele tientallen meters ten zuiden van de Rijn, die zich door de eeuwen heen door meandervorming in noordoostelijke richting heeft verplaatst. Als gevolg daarvan kwam de rivierhaven steeds verder van de oevers van de Rijn te liggen en was dus moeilijker te bereiken. Op de plaats van de haven werden de resten van een scheepshelling gevonden. Drie boomkano’s en drie rivierschepen werden in goede staat gevonden en geborgen.

Na de opheffing van het castellum in de tweede helft van de derde eeuw werden de bouwmaterialen gebruikt voor de bouw van een burcht, die in de kronieken bekend staat als de Suadeburch. Een burcht van steen, hout en tufsteen afkomstig van de voormalige Romeinse versterking. Het woord ‘suade’ betekent ‘grens’, want op de plaats waar de Meye in de Rijn uitmondt is de meest oostelijke grens van de landen van de graaf van Holland, Floris III. De dam die hij onrechtmatig liet aanleggen werd dus de Suadeborcherdam of Swadenburgerdam genoemd. In een oorkonde daterend uit 1165 gaf de keizer van het Heilige Roomse Rijk, Frederik Barbarossa, opdracht aan graaf Floris III om deze dam te ontmantelen, want deze veroorzaakte grote overstromingen in het Bisdom van Utrecht. Of de Hollandse graaf daadwerkelijk zijn dam heeft afgebroken is echter niet bekend.
Wel werd er in 1204 een overeenkomst gesloten tussen de opvolger van Floris III, graaf Willem I van Holland en Diederik, de bisschop van Utrecht. Daarin werd besloten om een doorstroomopening in de dam te maken, om overvloedig water en kleine scheepjes door te laten. Volgens werd in 1226 de breedte van deze opening door een overeenkomst vastgesteld.

De kronieker Melis Stoke vermeldt in zijn derde boek (blz.126-131) het bestaan van deze dam in de volgende woorden: “bi den Rine : Heet Swadenborchdam, daer men pine ende groot arbeit aen leide : want men maecter wide fosseide, om te houden des lants invaert.”

Omgeven door een brede gracht lag bij de oude dam dus een burcht, die met veel moeite en werk in gauwigheid werd aangelegd. De dispositie van deze burcht met omliggende gracht heeft de oorspronkelijke vorm van de dorpskern van Zwammerdam bepaald en is nog heden in de bebouwing goed te herkennen. Hoogstwaarschijnlijk is deze burcht veel ouder als de nabijgelegen dam in de Oude Rijn. Misschien dateert hij uit het begin van het aan de macht komen van Floris III, die graaf van Holland was van 1157 tot 1204. Hij werd opgevolgd door de graaf van Loon en de graaf Willem, de latere Willem I. Behalve dat Holland vaak in oorlog was met de Stichtenaren en de Friezen, waren ze het in Holland ook onder elkaar niet eens.

De Hoge Rijndijk, de voormalige Romeinse heerweg, maakt een boog in de vorm van een halve cirkel ten zuiden om de burcht. En de oude Brugstraat naar de brug over de Rijn, even ten westen van de uitmonding van de Ziende, loopt ook in de vorm van een halve cirkel, rechts om de voormalige burcht heen. Dat is nog zeer duidelijk te zien op een tekening van 1830 en ook op de luchtfoto’s die rond 1950 genomen zijn. Deze brug is in meer recente jaren naar het oosten verlegd geworden naar een punt even ten oosten van de uitmonding van de Ziende in de Rijn.

image

Zwammerdam in de 18e eeuw
Deze tekening is omstreeks 1744 door J. de Beyer gemaakt
BRON: “Achttiende eeuwse gezichten van steden, dorpen en huizen” – uitgever Canaletto/Repro Holland BV – Alphen aan den Rijn.(1996).

Ontwikkeling van Zwammerdam

Het dorp heeft zich ontwikkeld om de burcht en in de omringende landen. Omstreeks het jaar 1260 werden de bewoners verenigd in een parochie en een kerk werd opgetrokken even ten zuidoosten van de burcht en gebouwd met plaatselijk vervaardigde bakstenen. Een bewijs daarvan zijn de uitkleiingsgaten op het zuidelijke gedeelte van het perceel waar de kerk gebouwd is.

Omdat Zwammerdam gelegen was aan de grens van het graafschap Holland, raakte het vaak ongewild betroffen in de oorlogen tussen Holland en Utrecht en de invallende benden van de Geldersen van Maarten van Rossum. Het ontkwam ook niet aan de twisten tussen Hoeksen en Kabeljauwen.

In de vijftiende eeuw schijnt de kerk voor een groot deel door brand verwoest geweest te zijn. In de Tachtigjarige Oorlog kreeg de hervormingsbeweging vaste grond in de Nederlanden, maar het is niet precies bekend wanneer Zwammerdam tot de “nye leer” overging, maar het zal vast zeker voor 1587 gebeurd zijn geweest. Cornelis Maartenszoon uit Bleiswijk, ook wel Cornelius Martini genaamd, werd de eerste hervormde predikant van Zwammerdam. Hij diende de gemeente trouw gedurende 32 jaar.

In het theologische verschil tussen Arminius en Gomarius koos Cornelis Maartensz. de zijde van Arminius en zijn volgelingen, die de Remonstranten genaamd werden. Door de Dordtse synode van 1618 werden de Algemene Leerregels van de Hervormde kerk vastgesteld en de Remonstrantse leer weerlegd. Omdat Cornelis Maartensz. zich aan de Remonstrantse leer vasthield, moest hij in 1619 voor de Leidse synode verschijnen.

Omdat hij weigerde om zich bij de regels van de Dordtse synode neer te leggen, treedde hij af voor leeftijds- en gezondheidsredenen. Hij ontving voor een periode van twee jaar een subsidie van 250 gulden per jaar. Nadien verviel hij en zijn gezin in armoede en hij overleed waarschijnlijk tussen 1633 en 1643.

Het rampjaar 1672

In het jaar 1672 werd de Verenigde Republiek tegelijk aangevallen, doch voor verschillende redenen, door Frankrijk, Engeland en de bisschoppen van Munster en Keulen. In juni staken de troepen van koningin Lodewijk XIV makkelijk de Rijn over en trokken op naar Utrecht. In deze oorlog heeft Zwammerdam ook veel geleden. De Hollanders om zich te verdedigen tegen de Franse troepen, hadden een groot gedeelte van het Rijnland onder water gezet. Zo lang als het land onder water zat, konden de Fransen daar weinig aan doen. Maar toen aan het einde van december de zogenaamde Waterlinie bevroren raakte, staken de Fransen het ijs over.

Stadhouder Willem III probeerde wel door molens het water onder het ijs weg te malen en door wakken te hakken, de opkomst van de Franse troepen te keren. Toch slaagde een Franse legertroep erin om tot Nieuwkoop te komen. De Nieuwkoopse schout, Hendrik van Sevenhoven, wist met gewapende boeren uit Aarlanderveen en door slim gebruik te maken van terreinomstandigheden de Fransen te verjagen. Via Bodegraven en Zwammerdam trokken zij over het ijs terug. Niet zonder in deze dorpen vreselijk te keer zijn gegaan, mensen op de hoogte van de opkomende Franse troepen waren al op de vlucht geslagen. De overige aanwezige maanschappen in het dorp konden maar zeer kort de Fransen weerstaan.

Na Zwammerdam ingenomen te hebben, begonnen de soldaten de huizen te plunderen. Als zij daar nog inwoners vonden die niet gevlucht waren, werden die vermoord. Vervolgens werden de huizen in brand gestoken. Ook de kerk werd verbrand. Na het vertrek van de Fransen lag het gehele dorp in puin en in as. In de Rijnstreek zouden deze wandaden nog lang in de herinnering van de dorpelingen blijven. Door de gruwelijke oorlogsmisdaden van de troepen van de zogenaamde “Zonnekoning” Lodewijk XIV zijn er in het dorp geen gebouwen te vinden ouder dan 1672.

Het dorp lag in puin en de Hervormde kerk, waarvan alleen de halfgeblakerde muren nog overeind stonden, werd in 1674 en de volgende jaren hersteld met gehele nieuwe kappen. In 1886 werd de kerk van buiten gepleisterd en in 1909 werd de toren van een beklamping van machinale baksteen voorzien. Ingrijpende restauraties vonden plaats in de jaren 1953-’57, waarbij de klamp om de toren weer werd vervangen door een nieuwe, nu van oude bakstenen het exterieur van de kerk van de pleisterlaag ontdaan.

De Remonstrantse kerk die in 1676 gebouwd werd door Claes van Outshoorn, bestaat nog, maar jammer genoeg werden de bakstenen gepleisterd. De Gereformeerde kerk werd door Roelof Kuipers gebouwd in 1892. Wouter Kuyper geeft in zijn meesterwerk ‘Het Monumentale Hart van Holland’ (uitgave Canaletto/Répro Holland – Alphen aan den Rijn) een mooie beschrijving met foto’s van thans nog bestaande gebouwen, kerken, woningen en boerderijen die aan de slopers van modernisering gespaard bleven.

In Zwammerdam stonden vroeger drie molens : een oliemolen in het centrum van Zwammerdam, die voor 1663 gebouwd was en in een onbekend jaartal afgebroken werd en twee houtzaagmolens : ‘De Palmboom’ in de Molenstraat, gebouwd in de 17de eeuw, in 1870 afgebrand en herbouwd en in 1927 gesloopt en ‘De Akkerboom’ op de Akkerboomseweg, die in 1739 gebouwd werd en omstreeks 1922 gesloopt. (leze ‘De Viersprong’, uitgave van de Historische Vereniging Alphen aan den Rijn, nummer 51, mei 1997). Het hotel ‘De Rustende Arend’ en het Nutsgebouw waren de trefpunten voor het sociale leven van de Zwammerdammers

Het voormalige Raadhuis dateert uit 1827 en werd op 15 juni 1906 door brand gedeeltelijk verwoest. Het volgende jaar werd het Raadhuis op de resten van de oude muren weer opnieuw opgetrokken. Het hernieuwde gebouw diende als zodanig tot 1964, toen de gemeente als zodanig werd opgeheven en verdeeld tussen de gemeentes Bodegraven en Alphen aan den Rijn werd verdeeld.

Zwammerdam bleef altijd een beetje achter liggen bij haar naaste buren, Alphen en Bodegraven. Economisch gesproken was hier geen industrie, alleen maar wat veeteelt, en weinig landbouw. Maar het heeft toch zijn plaats in het “Groene Hart” van ons mooie Rijnland.

Wie nog meer over het verleden van Zwammerdam wil lezen en leren, kunt zich richten tot de Historische Werkgroep Zwammerdam, Brugstraat 9, 2471 AS Zwammerdam (telefoon 01726-12817) die een serie boekjes uitgeeft getiteld “Ons Zwammerdam”. Tot nu toe zijn 18 boekjes verschenen. Catalogus op aanvraag aan de secretaris van de werkgroep, de heer Cees Langeveld. Elk jaar op Koninginnedag organiseert deze werkgroep haar jaarlijkse tentoonstelling in het Nutsgebouw, Brugstraat 2 te Zwammerdam, met als thema het onderwerp van het laatst verschenen boekje.

Parijs, 24 september 2003        Hans Arie Kroon

Bronnen

  • Henk Dinkelaar : “Volk op Viersprong”
  • P.C.Beunder : “Castella en Havens, Kapellen en Hoven”
  • F.de Wilde : De Hervormde Dorpskerk van Zwammerdam in “Op pad langs Rijnlandse Dorpskerken”
  • J.Ph.Labordus : Het Rampjaar 1672 in “De Viersprong” Nr.73 – november 2002
  • Wouter Kuyper : “Het Monumentale Hart van Holland” (2003).

Reageren

U kunt contact opnemen met Hans Kroon door te mailen naar hanskroon@alphen.com