Van middel tot doel

Volgens de startnotitie bij de 8e partiële herziening van het streekplan West is het de bedoeling van de provincie om een noemer te hebben om het tracé van de RijnGouwelijn door de Breestraat juridisch te verankeren. Door het op te nemen in het streekplan is het daarna mogelijk een aanwijzing te geven, en eventueel zelf een bestemmingsplan te maken in plaats van de gemeente.
Bij het wat nauwkeuriger bekijken van de teksten van de achtste partiële herziening blijkt er echter heel wat meer aan de hand. Naast het invoegen van een nieuw kernpunt 34a, waarin het bovengenoemde wordt geregeld (overigens in plaats van een voor beroep vatbare concrete beleidsbeslissing), wordt het bestaande kernpunt 34 en de toelichtende beschrijving hierop vervangen, zonder dat dit nodig is om het tracé via de Breestraat te regelen. In deze vervanging verdwijnen essentiële zaken zoals de verbetering van het NS-net en de gehele RGL-west.

 

Het begint al met de toelichting in paragraaf 4.2.6 over infrastructuur en knopen.
De huidige passage: “De provincie wil het openbaar vervoer in het gebied versterken. Daarbij pleit zij voor capaciteitsuitbreiding van het NS-intercitynet. In het kader van het Zuidvleugelnet wordt onderzocht of regionale OV-diensten op bestaand NS-spoor kunnen worden geboden. In dat verband blijft station Leiden Merenwijk een optie. De provincie is voorstander van aanleg van de RijnGouweLijn tussen Gouda en Noordwijk. Deze lijn kan drager zijn van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de bebouwing van vliegveld Valkenburg en de ontwikkeling van de knopen Leiden Oost en Leiden West.” wordt vervangen door
“De provincie wil het openbaar vervoer in de corridor Gouda/Alphen/Leiden versterken met een light rail verbinding, de RijnGouwelijn Oost, die drager kan zijn van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.”
In het huidige plan wil de provincie het openbaar vervoer versterken. Middelen zijn capaciteitsuitbreiding van het NS-Intercitynet (verdwijnt),  regionale OV-diensten op bestaand spoor (Stedenbaan, stoptrein Leiden-Alphen-Gouda), komt in deze paragraaf niet terug) en RijnGouwelijn. In de gewijzigde passage wil de provincie de RijnGouwelijn-Oost, die als neveneffect wellicht versterking van het OV kan inhouden, maar vooral drager is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De aangehaalde ruimtelijke ontwikkelingen liggen echter op het knooppunt bij de A4 na allemaal op het traject Noordwijk/Katwijk/Leiden.
Uit deze teksten blijkt dat waar in het huidige streekplan de provincie een RijnGouwelijn beoogt tussen Noordwijk en Gouda, dat na de wijziging is een RijnGouwelijn tussen Gouda en Leiden, dat wil zeggen een loskoppeling van Oost en West.

De volgende passage van de toelichting is in de huidige tekst: “De lijn maakt van Alphen aan den Rijn tot Leiden Lammenschans gebruik van hetzelfde traject als de treinverbinding met Utrecht die tegelijk moet worden verbeterd. Daarom is reservering voor dubbelsporigheid van dat traject noodzakelijk.” Dit wordt
“De RijnGouwelijn maakt van Alphen aan den Rijn tot Leiden Lammenschans gebruik van hetzelfde spoor als de treinverbinding tussen Leiden en Utrecht. Het is noodzakelijk ruimte vrij te houden ten behoeve van het dubbelsporig maken van dit traject.”
Dat lijkt op elkaar, maar in de eerste plaats wordt weggelaten dat de treinverbinding met Utrecht moet worden verbeterd, en in de 2e plaats maakt de lijn tussen Zoeterwoude en Leiden Lammenschans niet gebruik van hetzelfde spoor, maar wel van het zelfde traject: er wordt immers tramrails naast de treinrails aangelegd en over een eigen (hoge) brug over het Rijn- Schiekanaal geleid. Deze wijziging kan inhouden dat inmiddels met Prorail overeenstemming is bereikt om het aantakpunt te verschuiven van Zoeterwoude naar Leiden Lammenschans en een gezamenlijke brug te hanteren, maar ik vrees dat dat niet het geval is. De gewijzigde passage biedt echter een goed aanknopingspunt om in de vervolgprocedures bezwaar te maken tegen de aparte brug voor de RijnGouwelijn-Oost over het Rijn- Schiekanaal.

Na de passages over het tracé door Leiden meldt het huidige streekplan:” Er wordt ook rekening gehouden met een eventuele uitbouw van de RijnGouweLijn in de richtingen Leiderdorp, Zoetermeer en Den Haag via Voorschoten. Voor de RijnGouweLijn-West moet een tracé worden bepaald; hiervoor is een MER-procedure gestart. De te onderzoeken varianten zullen moeten worden vrijgehouden en het definitieve tracé wordt via partiële herziening in het streekplan vastgelegd.” Dit wordt gewijzigd in:
“Er dient rekening gehouden te worden met het vrijhouden van ruimte ten behoeve van een eventuele op termijn te realiseren uitbouw van de RijnGouwelijn in de richtingen Katwijk/Noordwijk, Leiderdorp, Zoetermeer en Den Haag (via Voorschoten).”
Ook hier wordt uitgegaan van een loskoppeling van oost en west, en wordt een uitbreiding van oost met een lijn naar bijv. Zoetermeer gelijkwaardig gezien aan een uitbreiding naar Katwijk. En typerend is de opname van de woorden “op termijn te realiseren”, die nu niet alleen doorwerken naar Leiderdorp, Zoetermeer en Voorschoten, maar ook naar Katwijk/Noordwijk

Als we dan nog kijken hoe de toelichting doorwerkt in het kernpunt 34, dan blijkt dat in de nieuwe tekst is vervallen: “Het ruimtelijk reserveren van de gronden voor de verdubbeling van de spoorbaan Alphen aan de Rijn - Leiden”. Nu kan het natuurlijk dat de reservering inmiddels is geregeld, maar dan had het ook uit de toelichtende beschrijving kunnen verdwijnen.
De volgende zin “Versterking van de openbaarvervoerskwaliteit in de corridor Noordwijk/Katwijk Leiden Alphen/Gouda; daarvoor ruimtelijk vrijwaren van de in studie zijnde light-railtracés voor de RijnGouweLijn” wordt vervangen door: “Versterking van de openbaarvervoerskwaliteit in de corridor Leiden-Alphen-Gouda, door onder meer het in het streekplangebied lopende trace van de RijnGouwelijn Oost in bestemmingsplannen te verankeren”. Hier wordt overgegaan van de in studie zijnde light-rail tracés naar het in het streekplangebied lopende tracé van de RijnGouwelijn-Oost (west is conform de toelichting verdwenen). Kennelijk is het tracé inmiddels vastgesteld, en uit het procesverloop kan hier niet anders bedoeld zijn dan het Definitief Ontwerp dat op 17-10-2007 in Provinciale Staten aan de orde was, en waarvan niet duidelijk is welk orgaan het heeft vastgesteld.
En de laatste zin “Het op langere termijn uitbreiden van deze lightrailverbinding in de richting van Zoetermeer, Leiderdorp en/of Voorschoten/Den Haag dient ruimtelijk mogelijk te blijven.” bevat ten opzichte van de huidige versie opeens de woorden “op langere termijn” (in de toelichting nog “op termijn”), maar niet de in de toelichting opgenomen eventuele uitbreiding naar Katwijk/Noordwijk. In kernpunt 34 is de RGL-west geschrapt.

Bij de start van het project werd (voor de basisvariant) uitgegaan van 248 mln reizigerskilometers per jaar voor de RGL in totaal, en in de in maart 2008 verschenen 2e fase tracénota tbv de RGL-west voor de RGL in totaal van 125 mln reizigerskilometers per jaar. Met recht kan de vraag gesteld worden of de RGL uit 2003 nog dezelfde RGL is als in 2008, omdat het gaat om een halvering van het aantal reizigers. Wat in 2003 nuttig leek hoeft het met deze cijfers in 2008 niet meer te zijn. Tevens blijkt dat de prognose voor het aantal reizigers in het openbaar vervoer in het concessiegebied waar de RGL onderdeel van uit maakt voor het jaar 2020 2% hoger ligt dan heden, terwijl dat voor het aantal kilometers per auto 25% hoger ligt. Dat betekent dat het aandeel van het openbaar vervoer zal dalen.

Al met al is de conclusie dat niet meer wordt gekeken welke maatregelen de beste bijdrage leveren aan bevordering van het openbaar vervoer, maar dat het leggen van rails in de Breestraat tot zelfstandige doelstelling is verheven.

Hans van Dam

23/03/2008, 15:00, link