Scheltemadebat over RGL: wie maakt de meeste herrie?
Van Leidsch Dagblad.nl
leiden - Als heel Leiden zich net zo druk maakt over de Rijn Gouwe Lijn als de honderden aanwezigen dinsdagavond in het Scheltemacomplex, dan is de lokale democratie springlevend. Iedereen met een mening over de Rijn Gouwe Lijn kon die kwijt tijdens het vierde Scheltemadebat, onder leiding van Menno Bentveld. Een peiling toonde aan dat zo’n dertig procent van de aanwezigen - veelal bekende gezichten in politiek Leiden - voorstander was.
De rest was tegen, en dat was aan de herrie goed te merken. Hoewel toch ook de voorstanders zich lieten horen, zoals de Leidse hoogleraar Ton van Raan en historicus Cor Smit. Zij namen het op tegen nee-stemmers als Elsbeth Klink van de Fietsersbond en Jeroen Haver van reizigersorganisatie Rover. Erg veel effect had het debat overigens niet. Het percentage voorstanders was bij een meting bij binnenkomst 29 procent, tegen 31 procent aan het einde van de avond.
Even hadden de voorstanders van de Rijn Gouwe Lijn de avond van hun leven. Bij binnenkomst had liefst zestig procent van de aanwezigen zich uitgesproken vóór de RGL door het centrum. Dat concludeerde althans Menno Bentveld, discussieleider bij het vierde Scheltemadebat. Maar helaas, die zestig bleek het totale aantal voorstanders. Met 149 tegenstanders was dat een schamele 29 procent.
Dan heb je als voorstander een hoop goed te maken. Ton van Raan bijvoorbeeld, hoogleraar aan de Universiteit Leiden en al jaren roepend dat de tram Leiden ‘meer stedelijke allure’ geeft. ,,Leiden bloeit op door de Rijn Gouwe Lijn’’, betoogde hij. ,,Moderne trams halen mensen uit de auto, zijn veilig en hebben een disciplinerende invloed op het verkeer.’’ Van Raan wees op Gent en Lausanne. ,,Ook historische steden en daar is light-rail echt een succes. Gent is zelfs de vierde fietsstad van Europa.’’
Dat laatste viel niet goed bij zijn tegenstander Elsbeth Klink. ,,In Gent fietst maar vijftien procent, in Leiden is dat 34 procent.’’ Namens de Fietsersbond beweerde Klink dat Leiden eerder ‘verdort’ door de RGL dan opbloeit, zoals de stelling luidde. ,,De tram jaagt fietsers en voetgangers weg en is slecht voor de vitaliteit van de Leidse binnenstad.’’
In de discussie is steeds meer aandacht voor de Hooigracht, waar straks dagelijks zeshonderd bussen doorheen moeten als ze niet meer door de Breestraat kunnen. Terwijl het daar nu al vast staat, riepen de tegenstanders. Maar volgens Mario Genot van het projectbureau Rijn Gouwe Lijn is de oplossing nabij. ,,Recente tellingen wijzen uit dat maar de helft van de auto’s op de Hooigracht daar ook echt moet zijn. Met een betere ring, zoals een kanalenroute, kun je de rest omleiden. Dan kunnen die bussen er makkelijk bij.’’
Gelachen werd er vooral tijdens het debat tussen leerlingen van het Da Vinci College. ,,Op de Breestraat word je bijna altijd aangereden door een bus’’, zei een ja-stemmer. ,,En bussen zijn vies.’’ Maar de bussen verdwijnen niet, zei een nee-stemmer. ,,Ze worden alleen maar omgeleid over de Hooigracht. En daar staan ze voortdurend vast, zodat je langer onderweg bent.’’
Ook Jeroen Haver van reizigersorganisatie Rover kreeg de lachers op z’n hand. Hij memoreerde dat Alphen de RGL door het Leidse centrum wil hebben, maar niet door het eigen centrum. ,,Gouda, Boskoop en Waddinxveen trouwens ook niet, en in Den Haag hebben ze net een tram onder de grond gestopt.’’ Haver ging in discussie met historicus Cor Smit, die de huidige route van de Korevaarstraat tot aan het station ‘rampzalig’ noemde. ,,Altijd ben ik benauwd dat er wat gebeurt. Erger dan nu kan het niet worden.’’ Misschien was het Smit’s inspirerende retoriek, waardoor het aantal voorstanders uiteindelijk groeide van 29 naar 31 procent.
28/02/2007, 21:46, link