Leiden moet geen ‘achterlijke uithoek’ worden
Uit het Leidsch Dagblad van 8 maart 2007
LEIDEN - Wonden likken en scheuren lijmen. Daags nadat de Leidse bevolking een luid en duidelijk ‘nee’ liet horen op de vraag of de gemeente moet meewerken aan de Rijn Gouwe Lijn, maakt de politiek zich op voor een moeilijke taak: redden wat er te redden valt. Zowel voor- als tegenstanders van de
sneltram roepen op in grote gezamenlijkheid tot oplossingen te komen voor het ontstane probleem. “Anders”, zo vreest CDA-fractievoorzitter Jan-Jaap de Haan, “wordt Leiden de achterlijke uithoek van Zuid-Holland.”
Het zal niet meevallen bij de regiogemeenten het wantrouwen en de teleurstelling weg te nemen, nu Leiden in strijd met een eerdere overeenkomst en na jarenlange voorbereiding een streep door deze regionale lightraillijn haalt. Nog lastiger zal het zijn om de gespannen relatie met de provincie vlot te trekken. Die ziet een van haar meest prestigieuze verkeersprojecten gedwarsboomd en lijkt niet van plan dit te pikken.
“Leiden moet nu als een leeuw gaan vechten om het geld dat bestemd was voor de infrastructuur, te behouden en in te zetten in andere oplossingen die de bereikbaarheid van de stad vergroten”, meent De Haan. “Dat geldt niet alleen voor de 35 miljoen die Leiden in de Rijn Gouwe Lijn wilde steken, maar
ook voor de vele miljoenen die het rijk en de provincie zouden bijdragen. We moeten snel af van het stigma dat Leiden niets wil.”
10/03/2007, 11:38, link