Eerder overeenkomst over RGL naar de kust
Leiden - Noordwijk, Katwijk en Leiden tekenen hoogstwaarschijnlijk 15 februari de verklaring waarin zij stellen zich volledig te zullen inspannen voor de aanleg van de Rijn Gouwe Lijn west. Eigenlijk zou dit 2 maart gebeuren. Dat zegt de Leidse verkeerswethouder John Steegh (GroenLinks).
Hij hoopt met het verschuiven van de datum te voorkomen dat Leidenaars het idee krijgen dat de gemeente de uitkomst van het RGL-referendum op 7 maart probeert te beïnvloeden.
Dat is geen onterechte vrees. Actiegroep stichting openbaar vervoer op maat (Stoom), tegenstander van de Rijn Gouwe Lijn, heeft al een brief gestuurd aan de referendumkamer om zich te beklagen over de ‘niet-neutrale campagne’ van het college van B en W. Volgens Stoom-voorzitter Frits van Oosten ontstaat
door de ondertekening, zo vlak voor het referendum, de indruk dat de aanleg van de RGL-west nabij is. Dat vindt hij misleidend, omdat de volksraadpleging van 7 maart over het oostelijk tracé (Gouda-transferium A44) gaat.
Steegh begrijpt de reactie van Stoom wel, maar vindt dat het ondertekenen van de intentieverklaring juist duidelijkheid verschaft. Hij denkt dat het de opvatting kan weerleggen dat Katwijk en Noordwijk helemaal geen sneltram willen. “En dat is voor de bevolking van Leiden van belang.“
Inmiddels is de klacht van RGL-tegenstander Stoom over de ondertekening van dit convenant behandeld door de Referendumkamer.
De Referendumkamer heeft de klacht behandeld in aanwezigheid van vertegenwoordigers van Stoom en het college. Het advies dat zij hebben uitgebracht is dat er geen bezwaar is tegen de ondertekening van een intentieverklaring over de RGL-West op 15 februari, mits daarin door het College een duidelijk
voorbehoud wordt opgenomen in verband met de mogelijkheid dat bij het referendum medewerking van de gemeente Leiden aan de RGL door Leiden wordt afgewezen.
10/02/2007, 11:54, link