De Erglijn over het Hola-tracé
Gemeente en provincie zijn het eens geworden over aanleg van de RGL via Hooigracht en Langegracht (het HoLa tracé). Hieronder de reactie daarop van de afdeling Leiden en om-streken van ROVER.
ROVER heeft steeds drie bezwaren naar voren gebracht tegen de plannen voor de RGL:
1. de RGL is geen antwoord op de vervoersbehoefte in de regio
2. de komst van de RGL staat frequentieverhoging van de spoorlijn naar Utrecht in de weg
3. aanleg van de RGL door de Breestraat betekent enkel spoor over een grote afstand, met als gevolg een zodanige belasting dat uitbreiding naar andere bestemmingen niet mo-gelijk is. Aanleg door de Breestraat maakt het verder onmogelijk die straat te bereiken met lijnbussen, taxi’s en de busjes van het Stadsparkeerplan, en hindert de fietsers op de belangrijkste fietsroute van Leiden.
Het zal duidelijk zijn, dat vanwege het derde punt, ROVER de voorkeur geeft aan het HoLa tracé boven de Breestraat. De aan te leggen tramverbinding Station-Langegracht-Hooigracht-Lammenschans kan op termijn gebruikt worden als de kern van een regionaal tramnet, dat door ROVER al lang bepleit wordt. Bij het tracé door de Breestraat zou dat niet mogelijk zijn. Het stemt tot voldoening dat nu ook gemeente en provincie erkennen dat er aan het Breestraattracé grote nadelen zijn verbonden met het oog op verkeer en vervoer. Het is aan de tegenstemmers bij het referendum te danken dat thans van dit slechte plan wordt afgezien.
Wel verbaast het ons, dat nog steeds wordt volgehouden dat vanuit economisch per-spectief de Breestraat te prefereren zou zijn. Daarbij wordt uitsluitend gelet op de reizigers die de Breestraat met de RGL zouden bereiken, en niet op de negatieve consequenties van de RGL voor de bereikbaarheid met andere vervoermiddelen.
Reeds in oktober 2007 was het duidelijk dat zelfs volgens de officiële prognoses er minder passagiers in de Breestraat uit de RGL zouden stappen dan thans uit de bussen. In-middels is uit bijlage 2 bij het onderzoek van AGV-Movares en TransTec, De bus in de Leid-se binnenstad, duidelijk geworden wat de bestemming is van de passagiers van de bussen in Leiden. Het blijkt dat de bussen die de Leidse buitenwijken en de randgemeenten Leiderdorp en Voorschoten met de Breestraat verbinden, relatief veel passagiers in de Binnenstad afzet-ten, terwijl van de passagiers uit verder afgelegen plaatsen, zoals Katwijk, Noordwijk en Zoe-termeer, de overgrote meerderheid bij het station uitstapt.
Wanneer we er vanuit gaan dat het belangrijk is dat bezoekers van de Binnenstad in de Breestraat kunnen uitstappen, omdat die halte het dichtst bij het centrum van het kernwin-kelapparaat ligt, is het dus vooral van belang dat de stadsbussen de Breestraat blijven aan-doen. Vanuit verder afgelegen woonplaatsen heeft men veel minder behoefte om de Leidse Binnenstad te bezoeken. De voorstellen van Connexxion voor de dienstregeling 2009 sluiten hier naadloos bij aan.
Scheiding van de stadsbussen (door de Breestraat) en het streekvervoer (via het HoLa tracé) betekent dat het centrum van het kernwinkelgebied optimaal bereikbaar blijft met het openbaar vervoer voor de meeste reizigers die daar moeten zijn, terwijl omleiding van de ove-rige bussen het verkeersbeeld in de Breestraat rustiger maakt en ook het aantal conflicten tus-sen bus en fiets vermindert. Wellicht is het dan ook mogelijk met smallere bussen te gaan rijden. Het is duidelijk dat ook de RGL behoort tot het streekvervoer, en weinig reizigers zal aanvoeren voor het kernwinkelgebied.
De geschetste ontvlechting van stads- en streekvervoer is alleen mogelijk wanneer de Hooigracht autoluw wordt. ROVER juicht daarom de plannen voor de Oostelijke Ringweg toe. Zo komt er meer ruimte vrij voor het openbaar vervoer.
Wanneer echter duidelijk is dat de RGL als streeklijn slechts weinig reizigers naar de Leidse Binnenstad zal brengen, maar vooral reizigers naar het station zal brengen, is de vraag waar die reizigers vandaan komen. Voor de RGL-west is dat duidelijk: die brengt reizigers naar het station die nu per bus vanuit Katwijk en Noordwijk naar het Leidse station en diens omgeving reizen. Verwacht mag worden dat vanwege het grotere comfort dit aantal reizigers zal toene-men, hoewel in sommige gevallen de loopafstand naar de RGL groter zal zijn dan nu naar de bus.
Maar de vraag is wie met de RGL-oost naar Leiden zal reizen. Net als vanuit Katwijk zal men vanuit Alphen vooral bij het Leidse station willen komen. Maar dan is de huidige treinverbinding veel sneller. Reizigers vanuit Gouda zijn zelfs sneller bij het Leidse station wanneer ze over Den Haag CS reizen. De RGL stelt daar een hogere frequentie tegenover, waarmee wellicht reizigers uit de trein worden gelokt die tot Lammenschans reizen. Het totaal aantal OV-gebruikers stijgt zo echter niet.
Verwacht moet daarom worden dat het aantal reizigers op de RGL-oost zeer beperkt blijft. Dat heeft rampzalige gevolgen voor de exploitatie. Omdat Provinciale Staten niet bereid zijn de kosten daarvan te dekken uit de algemene middelen van de provincie, blijft er minder geld over voor de buslijnen. Nu al wordt voorgesteld dat bus 169 verdwijnt en er geen OV-verbinding tussen Katwijk en Leiden ten noorden van de Rijn overblijft, terwijl ook sprake is van reductie van de overige buslijnen, zonder dat daarover duidelijke plannen worden gepre-senteerd.
Tekenend is verder dat bij de behandeling van het ‘besluit’ tot de inzet van doorzet-tingsmacht door de provincie op 17 oktober 2007, de gedeputeerde n.a.v. de kritiek van de Randstedelijke Rekenkamer heeft toegezegd in het eerste kwartaal van dit jaar met betrouw-bare exploitatiegegevens te zullen komen, maar dat die er nog steeds niet zijn. ROVER zal doorgaan hierom te vragen. Om de maatschappelijke baten te bepalen, dient daarbij te worden aangegeven of het gaat om nieuwe reizigers voor het OV, dan wel reizigers die nu reeds van het OV gebruik maken.
Het enige wat we nu hebben is een verwachting van het aantal passagiers in de avond-spits in het rapport over de materieelkeuze (p. 15-20). Movares neemt geen verantwoordelijk-heid voor deze cijfers maar beroept zich op de provincie. Interessant is dat volgens deze ge-tallen het traject Leiden CS-Katwijk tweemaal zoveel reizigers trekt als de rest van het traject. West kan dus best zonder oost.
ROVER heeft ook altijd aandacht gevraagd voor de consequenties van de aanleg van de RGL voor de treinverbinding met Utrecht. We hebben daar geen onderzoek naar laten doen, maar zijn er ook zonder dat van overtuigd dat voor de inwoners van Leiden verdubbeling van de frequentie van de trein naar Utrecht veel belangrijker is dan een tram naar Gouda. Utrecht is hèt vergadercentrum van Nederland en geeft overstapverbindingen naar het noorden, het oosten en het zuiden van het land. Als vijfde station van Nederland verdient Leiden een goede verbinding met het tweede station.
Bij aanleg van de RGL ziet NS Reizigers echter geen brood in die verdubbeling, want er zijn dan te weinig reizigers op het traject Leiden Lammenschans-Alphen om een kwartier-dienst Leiden-Utrecht rendabel te maken. Noch de provincie noch het Leidse gemeentebe-stuur lijkt zich echter om de verbinding met Utrecht te bekommeren. Het gemeentebestuur lijkt alleen geïnteresseerd in verbindingen die mensen van buiten Leiden naar de stad brengen, en niet in verbindingen die voor de inwoners van Leiden essentieel zijn om elders te komen, al dan niet om hun geld te verdienen. Voor het provinciebestuur lijkt vooral van belang dat Gouda net als Leiden in Zuid-Holland ligt, en Utrecht niet. Daarmee heeft alleen bij een ver-binding met Gouda de provincie de regie in handen.
Conclusie
Vanwege de voorziene exploitatietekorten en de daaruit voortvloeiende negatieve con-sequenties voor de bussen, en vanwege de negatieve consequenties voor de gewenste frequen-tieverhoging van de trein naar Utrecht, blijft ROVER tegen de RijnGouwelijn. Wel heeft ROVER een voorkeur voor het HoLa tracé boven de Breestraat. Daarom juicht ROVER ook de aanleg van de oostelijke Ringweg toe; er komt in de stad dan meer ruimte komt voor het openbaar vervoer.
ROVER is voorstander van trams wanneer er voldoende reizigers zijn voor een rede-lijke exploitatie. Een tram over een tracé met een voldoende vervoersspanning kan een be-langrijke impuls zijn voor het OV. Hopelijk zal de lange periode die nog nodig zal zijn voor-dat het HoLa tracé van rails kan worden voorzien, alsnog de gelegenheid bieden voor een onbevooroordeeld onderzoek naar de meest kansrijke bestemming van de trams die men over de Hooigracht wil laten rijden.
10/06/2008, 10:51, link