Juridisch afdwingen RGL is een ‘ondankbare opgave’

Uit het Leidsch Dagblad van 23 september 2006

Dat de provincie zich niets van een Leids referendum over de Rijn Gouwe Lijn hoeft aan te trekken, is ‘bangmakerij’. Dat zegt H. van Sandick, Leidenaar en jurist bij het ministerie van VROM. Het is in de afgelopen 41 jaar bij zijn weten slechts één keer voorgekomen dat rijk en provincie via de Wet op de Ruimtelijke Ordening met succes een project doordrukten dat een gemeente niet wilde.

Als Leiden in het referendum op 7 maart ‘nee’ zegt tegen de Rijn Gouwe Lijn en het gemeentebestuur trekt zijn steun aan de RGL inderdaad in, heeft de provincie wel degelijk een probleem, denkt Van Sandick. Om te beginnen is er dan een tekort van 35 miljoen euro. Leiden kan zijn bijdrage aan de Rijn Gouwe Lijn oost (Gouda-Leiden) namelijk intrekken. Dat kan redelijk eenvoudig omdat Leiden de voorwaarde heeft gesteld dat er ook geld voor het westelijke deel (tussen Leiden en de kust) moet zijn, en daaraan tegen die tijd waarschijnlijk nog niet is voldaan.

Als de provincie de sneltram zonder die 35 miljoen uit Leiden toch wil doorzetten, kan ze de juridische strijd in principe wel winnen. Mocht Leiden niet meewerken aan de juridische besluiten en vergunningen die de aanleg van de sneltram mogelijk moeten maken, dan heeft Zuid-Holland twee instrumenten om de stad te dwingen. De provincie kan een zogeheten ‘aanwijzing’ geven of de nimby-procedure (not in my backyard) inzetten.

Verder lezen

25/09/2006, 11:43, link


Nieuwsarchief van Rover Leiden

Nieuwsarchief