Universiteit betaalt fors mee aan RGL

Uit het Leidsch Dagblad van 20 april 2005

LEIDEN - De Universiteit Leiden tast diep in de buidel voor de aanleg van de Rijn Gouwe Lijn. In totaal investeert de universiteit 5,5 miljoen euro in de RGL en stelt zij bovendien grond ter waarde van nog eens 2 miljoen euro beschikbaar. De investeringen worden gedaan uit de opbrengsten die de exploitatie van de Leeuwenhoek zal opleveren. Een woordvoerder benadrukt dat er geen geld aan het onderwijsbudget ontrokken wordt.

,,De universiteit stelt 9,8 miljoen euro beschikbaar voor voorzieningen in de Leeuwenhoek’’, zegt woordvoerder W. van Amerongen. Een deel van dat geld is bestemd voor ‘groen en kleine infrastructurele voorzieningen’. Maar het grootste deel, 5,5 miljoen gaat naar de RGL. Volgens Van Amerongen gaat van dat bedrag 4 miljoen naar de gemeente Leiden voor de aanleg van de lightrailverbinding en 1 miljoen naar de gemeente Oegstgeest. De grond die de universiteit ter beschikking stelt om de RGL over te laten lopen, ligt voor ongeveer de helft op Leids grondgebied. De andere helft ligt in Oegstgeest.

De Leeuwenhoek, het gebied achter Leiden Centraal, moet van een bedrijventerrein veranderen in een gebied waar wonen en werken hand in hand gaan. Daartoe verrijzen er vanaf 2007 onder meer ruim zeshonderd studentenwoningen, worden er voorzieningen als horeca en winkels gebouwd en komt er extra ruimte voor biosciencebedrijven. Mogelijk komen er ook huizen in het duurdere segment. Bij de ontsluiting van het gebied speelt de Rijn Gouwe Lijn, die hier twee haltes krijgt, een belangrijke rol.

De bijdrage van de universiteit is weliswaar fors, toch gaat de aanleg van de RGL de gemeente naar alle waarschijnlijkheid beduidend meer kosten dan de begrote 10 miljoen euro. Leiden denkt namelijk zo’n 17 miljoen euro voor de RGL nodig te hebben en rekent daarom ook op een financi?le bijdrage van onder meer het LUMC en het ROC. Maar die zien voorlopig geen enkele reden om de portemonnee te trekken.

,,Wij moeten eerst maar eens een duidelijk antwoord krijgen op de vraag waar?m we zouden moeten meebetalen’’, zegt LUMC-woordvoerder D. Ketting. ,,Het trein- en busstation liggen op loopafstand, dus qua openbaar vervoer zitten we wel goed. En zelfs als dat niet het geval zou zijn: we betalen toch ook niet mee aan spoorwegen?’’

Ook het Regionaal Opleidingscentrum (ROC) ziet helemaal niets in een financi?le bijdrage aan de RGL. ,,Als onderwijsinstituut zullen wij niet bijdragen’’, zegt bestuursvoorzitter J. van Gaal van het ROC stellig. ,,Wij leveren een belangrijke bijdrage aan de exploitatie van de RGL door op twee knooppunten, aan het Lammenschansplein en achter het centraal station, twee nieuwe vestigingen voor duizend man te bouwen. Bovendien willen we in die gebouwen ook de vestiging van een hotel en een supermarkt mogelijk maken. Al met al draagt het ROC dus zeker wel haar steentje bij aan het rendabel maken van de lijn. Maar geld zullen wij niet investeren. Dat lijkt ons ook niet logisch voor een onderwijsinstelling.’’

Toch geeft de gemeente de hoop nog niet op. Wethouder Hessing van de gemeente Leiden laat bij monde van een woordvoerder weten ‘nog in overleg’ te zijn met het ROC en LUMC ‘of, en zo ja, in welke mate’ zij een bijdrage kunnen leveren.