Uit het Leidsch Dagblad van 29 april 2005
LEIDEN - De Breestraat blijft een belangrijke doorgaande fietsroute, ook als daar in 2010 de Rijn Gouwe Lijn doorheen loopt. Deze week legden ingenieursbureau Advin en het projectbureau RGL een scenario op tafel waarin voor fietsers zo weinig ruimte is ingeruimd dat ze beter kunnen omrijden.
Wethouder Ruud Hessing (verkeer) verzekert echter dat hij vasthoudt aan een Breestraat als ‘hoofdfietsroute’.
Volgens Advin is het ‘een onmogelijke opgave’ om alle verkeersstromen (fietsers, bevoorradende vrachtwagens en winkelend publiek) voldoende plaats te geven in de Breestraat als de sneltram daar ook nog bij moet. ,,Binnen de taakgroepen is geconstateerd dat er voor fietsers alternatieve routes
bestaan en dat daardoor de fietser uit de Breestraat gaat verdwijnen’’, zei Frank Keizer van Advin. In de plannnen die hij dinsdag presenteerde, hebben fietsers geen eigen strook en moeten ze deels over het spoor van de sneltram rijden. Ook ondernemers in de Breestraat zien geen hoofdrol meer weggelegd voor de fiets, omdat er zo meer ruimte overblijft voor het winkelend publiek.
Hessing erkent dat dat ‘lastig’ wordt om alle verkeersdeelnemers veilig door de flessenhals van de
binnenstad te leiden. Maar hij ziet niets in fiets-ontmoedigende maatregelen zoals het projectbureau en Advin die deze week presenteerden.
,,Misschien kunnen fietsers op een drukke zaterdag niet meer op topsnelheid door de Breestraat en kiezen ze daarom liever een andere route’’, voorziet Hessing. ,,Maar daarmee blijft het nog altijd een hoofdfietsroute. Dat het op de A4 soms vast staat, betekent nog niet dat het daarmee geen snelweg meer is.’’
Tijdens de ‘ontwerpsessies’, die deze week zijn afgesloten, presenteerden het ingenieursbureau en het Projectbureau hun ‘definitieve schetsontwerpen’ voor het trac? van de lightrail. De politiek heeft uiteindelijk het laatste woord, maar gaat daarbij uit van de bestaande varianten.
Het ChristenUnie-raadslid Filip van As pleit ervoor om opnieuw te kijken of de Rijn Gouwe Lijn niet buiten de Leidse binnenstad om, gewoon over bestaand spoor kan worden geleid. ,,Het enthousiasme en draagvlak brokkelt gestaag af’’, zo schrijft Van As. ,,Uit de ontwerpbijeenkomsten blijkt dat er steeds ingewikkelder kunstgrepen nodig zijn om de knelpunten te verhelpen.’’
Van As wijst erop dat zestig procent van de Leidenaars vrijwel elke dag de fiets gebruikt en dat de Breestraat en de Steenstraat ‘belangrijke corridors vormen, waarvoor binnen Leiden geen gelijkwaardige alternatieven bestaan’.