In de vorige twee afleveringen heb ik geprobeerd uit te leggen waarom het zo moeilijk is voor de burger om te begrijpen wat de gemeente communiceert, en waarom het zo moeilijk is voor de gemeente om met haar burgers te communiceren. Nu is het gemakkelijk om vervolgens allerlei manieren op te noemen waarop die gemeente haar communicatie kan verbeteren. Er zijn tenslotte media genoeg.
Maar dat alles lijkt me iets wat in een later stadium wel beslist kan worden, ik wil me, in lijn met de voorgaande afleveringen, richten op wát er gecommuniceerd moet worden, aan wie en wanneer. Maar dan moet er nog heel veel worden veranderd, bij gemeente, bij de politiek én bij de burger.
• De gemeente werkt op projectbasis, waarbij heel nauw omschreven kaders worden gehanteerd. Als je buiten die kaders woont of werkt, heb je er dus niets mee te maken, met jouw belangen wordt geen rekening gehouden. De communicatie volgt dit pad, en dat is helemaal niet nodig. Want natuurlijk is er op het stadhuis wel degelijk kennis van wát welk project dan ook voor effecten heeft op de omgeving van die projecten. Er is geen enkele reden om de communicatiedoelgroep (de groep burgers waar de gemeente haar communicatie op richt) niet fors te vergroten tot royaal buiten het plangebied. Nu vragen veel burgers zich af waarom de gemeente hen niet inlicht over zaken waar ze wel degelijk mee te maken hebben.
o De gemeente communiceert eigenlijk alleen wat er feitelijk staat te gebeuren. Maar de burger wil vooral weten wat dat alles voor hem of haar betekent. En elk project heeft nu eenmaal een verschillende uitwerking op verschillende burgers. Dus niet wat gebeurt er, maar wie heeft er genot, of juist last van, afhankelijk van wie het is en waar de burger woont of werkt. De gemeente moet dus, in vaktaal, gedifferentieerd communiceren. Als elk bedrijf dat kan, moet de gemeente het ook kunnen.
o Burgers worden aangemoedigd in de besluitvorming te participeren. Het moet, in deze tijd van nieuwe media, een peulenschil zijn om die participatie goed te stroomlijnen, zodat ze ook effectief wordt. Niets is meer demotiverend dan geen idee te hebben wat er eigenlijk met je reactie, met je inspraak of met je bezwaar gebeurt. Elke burger zou, op basis van zijn unieke burgerservicenummer, in staat moeten zijn te traceren wat er op welk moment met zijn stukken gebeurt. Als elke pakjesbezorger dat kan regelen, dan moet de gemeente dat ook kunnen.
o Als dit goed loopt, kunnen de politieke partijen hierop inspelen door ook zelf met die burgers hierover te communiceren. Dat voorkomt een hoop ad-hoc gedoe, en veel verwarring omdat het niemand duidelijk is wat er precies wordt besproken. Als de gemeente hier de regie in handen houdt, weet iedereen precies waar hij of zij mee bezig is.
• De gemeente werkt op basis van een planologische aanpak, waarbij van grof naar fijn op allerlei terreinen randvoorwaarden worden geschapen. De praktijk is dat de burger pas door heeft wat een bepaald besluit betekent als hij of zij er tegenaan loopt. Ook hier is het probleem weer dat de communicatie vanuit het stadhuis zich beperkt tot wat er feitelijk wordt besloten. De gemeente zou het als haar taak moeten zien haar burgers op elk niveau van planologie te vertellen wat een bepaalde verandering voor zijn eigen wijk, zijn eigen buurt of zijn eigen straat kan betekenen.
o Via nieuwe media en het burgerservicenummer zou elke burger niet alleen kennis moeten kunnen nemen van planologische beslissingen, maar ook van wat dat voor zijn wijk, buurt of straat kan betekenen.
o De politieke partijen zouden op basis van deze opzet ook de eigen politieke programma’s op wijk- en buurtniveau kunnen schrijven en bijhouden. Zodat elke burger direct weet bij welke partij zijn of haar belang op korte en lange termijn het best gediend is.
Maar dat kost toch veel geld?
Jazeker, zo op het oog moet er nogal wat worden geïnvesteerd in computersystemen en gemeentelijke organisatie. Alleen, op dit moment worden er ook heel veel kosten gemaakt in dit participatietraject. Maar dat gebeurt meestal ad-hoc, niet vanuit een overkoepelende visie, maar gericht op specifieke projecten. Daardoor is het effect op zijn minst discutabel te noemen, en heeft de burger het idee niet écht serieus genomen te worden. Daarbij, de verloren tijd van de burger en diens ergernis kosten de gemeente geen tijd, natuurlijk.
Een integrale, overkoepelende, aanpak leidt evenwel tot aanzienlijke verbetering van de verhouding tussen burger en gemeente, tot het beter functioneren van ambtelijke werkgroepen en politieke partijen, en beslist tot minder procedures. Dat laatste levert minder vertraging op, minder kosten en minder frustratie bij iedereen die met de besluitvorming én de uitvoering daarvan betrokken is.
Zonder direct een ideale wereld te scheppen, moet het duidelijk zijn dat de communicatie vanuit de gemeente naar haar burgers, en omgekeerd, verbeterd kan worden en verbeterd moet worden. Niet incidenteel, niet ad-hoc, maar via een integrale aanpak.
Ik hoop van harte dat dit soort gedachten ook de leidraad zullen vormen voor de komende bijeenkomst van ‘De Adviseur’ op maandag 7 februari a.s.
Reinder Koornstra, geboren in 1947 in Friesland, woont sinds 1972 in Alphen aan den Rijn. Hij is retailplanoloog en bemoeit zich met de planning van winkelcentra. Hij schreef boeken en artikelen over CRM, Marketing Communicatie en New Media. Hij was al jong bedrijfsleider bij Vroom & Dreesmann, werd uiteindelijk divisiedirecteur bij een groot farmaceutische bedrijf en had een telemarketing bedrijf. Werkte daarna twintig jaar als docent en onderwijsontwikkelaar aan Avans Hogeschool in Den Bosch. Hij is getrouwd met Hiljonda, heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen Hij was ooit lid van het bestuur van het buurtcentrum Ridderveld, redacteur van de buurtkrant, secretaris van De Alphense Watervrienden en bestuurslid van de Alphense Sportraad. Landelijk was hij actief als voorzitter van de Sales Management Association, in commissies van het Nederlands Instituut voor Marketing en als projectleider Nima opleidingen bij het ISBW. Ook was hij jaren bestuurslid van welzijnsorganisatie 'Lava Team' in Drunen. Hij was vijf jaar politiek actief voor LA / AS en heeft twee perioden in de gemeenteraad gezeten. Nu gaat hij zich weer richten op wetenschappelijk onderzoek en het adviseren van gemeenten, projectontwikkelaars en winkeliersorganisaties op het gebied van retailplanologie.
Reinder is sinds januari secretaris van de lokale omroep AlphenStadFM/TV en sinds februari ouderling in de gemeente Adventskerk. Hij is lid van het koor Min Ghesellen o.l.v. Simon Stelling in Nieuwkoop.
Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen over zijn vakgebied
De tweede editie van zijn boek "Marketing voor Retailers" kwam in maart 2011 uit.
DeBevrijdingsPartij schreef,
01/02/2011 om 02:08
Als de Gemeenteraad echt zou gaan werken volgens de principes van het duale stelsel enhun controle echt stevig is op het College en eist dat het College veel en duidelijk communiceert met de gemeenteraad vindt de burger het allemaal prima en best! We hebben tenslotte een vertegenwoordigende democratie in Nederland! Laat de gemeenteraad maar uitzoeken wat de burger wil. De burger zit feitelijk niet te wachten op EXTRA communicatie met het gemeentebestuur. Zij wil dat de gemeenteraad de burgers op alle fronten zeer goed vertegenwoordigt en al haar taken uitvoert in en uit naam van de Alphense Burgers/kiezers! Goed werkende democratie heeft genoeg aan burgers die hun stem uitbrengen en om de 4 jaar het werk van het Gemeentebestuur beoordelen middels de keuzes bij verkiezingen van de Gemeenteraad en op basis van de geleverde prestaties haar stemkeuze maakt! Daarom zullen de huidige Coalitiepartijen moeten vrezen voor hun zetels bij de verkiezingen over 3 jaar!
Reinder Koornstra schreef,
01/02/2011 om 15:40
Nou, als je daarin gelijk hebt, zouden er geen rijen burgers zienswijzen en klachten indienen. Het probleem is dat ook gemeenteraadsleden vaak nauwelijks door hebben wat een bepaald besluit voor bepaalde groepen burgers betekent. En dat die burgers daarover nauwelijks communiceren (kunnen communiceren) met die politici.
Nog niet zolang geleden heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de mate waarin burgers contact zochten met politici. Toen bleek dat een procent of acht dat wel eens had OVERWOGEN, maar slechts VIER PROCENT dat ooit had gedaan. Als je daar de vrienden en de buren van raads- en raadscommissieleden van aftrekt, moet je concluderen dat er slechts in uitzonderingen contacten zijn tussen individuele burgers en politici. Dat dit in schrille tegenstelling staat tot wat die politici graag beweren is jammer, maar juist die individuele burger moet veel beter worden geïnformeerd dan nu het geval is. Die representatieve vertegenwoordiging geldt wel voor algemene maatregelen, maar niet voor detaileffecten van die maatregelen.
Ivo schreef,
02/02/2011 om 20:16
Zeg Wim, elke keer hetzelfde verhaal roeptoeteren begint een beetje saai te worden. Graag onder EEN naam reageren, en graag niet elke keer hetzelfde.
Ok ?