Druk bezocht tweede politiek café
Voorpagina » Nieuwsarchief » Druk bezocht tweede politiek café
Vanavond was het tweede politieke café, deze keer in de Bron, bij de Ridderhof. De opkomst was beduidend hoger dan bij het eerste politieke café. Organisator Meander had dus wat dat betreft woord gehouden. Meander is een organisatie die integratie wil bevorderen, dus de avond ging voor een groot deel over daarmee samenhangende onderwerpen.
Net als de vorige keer werden er een aantal stellingen gepresenteerd, waar zowel de mensen in de zaal als de aanwezige vertegenwoordigers van de verschillende partijen op mochten reageren. Alle partijen waren aanwezig, met uitzondering van Beter Alphen, wegens ziekte (griep) van lijsttrekker Verschuur.
Stelling Een: gemengde scholen
De eerste stelling ging over de vraag of autochtone ouders gedwongen moesten worden om hun kinderen naar zwarte scholen te sturen. Geen enkele politieke partij was het daarmee eens, je kan mensen niet dwingen waar ze hun kinderen naar school toe sturen.
Het CDA was tegen, want zij zijn voor vrije schoolkeuze, en vinden dat mensen hun kinderen dicht bij huis naar school moeten kunnen sturen. Ook de ChristenUnie benadrukte het belang van de vrijheid van onderwijs.
Ook Leefbaar Alphen was tegen gedwongen schoolkeuze. Op vragen uit de zaal beantwoorde Koornstra dat zwarte scholen het probleem niet zijn – het gaat om de kwaliteit van het aangeboden onderwijs, dat moet centraal staan. Ook D’66 is tegen dwingen, en benadrukte het belang van de kwaliteit van het onderwijs. Dat maakt scholen aantrekkelijk.
De VVD merkte op dat kinderen geen onderscheid maken, en dat het probleem vooral zit bij de ouders. Gebel pleit er daarom voor om de kwaliteit en de prestaties van scholen inzichtelijk te maken, zodat die weten dat ze hun kind naar een goede school sturen, en zich niet door gevoelens over gekleurde scholen laten sturen.
Lijsttrekker Oppatja van de PvdA benadrukte dat gemengde scholen het streven moet zijn, omdat dat kinderen met een taalachterstand heel erg helpt. Dat kan je het beste bereiken door te zorgen voor gemengde wijken. GroenLinks sloot zich hierbij aan door te melden dat zij er voor zijn om bij elk nieuwbouwproject 30% sociale woningbouw te verplichten, om op die manier spreiding te bevorderen.
Zowel Leefbaar Alphen als de SP benadrukte dat er in Alphen geen echte zwarte scholen zijn. Ook lijsttrekker Schriek van de SP benadrukte dat de spreiding van de verschillende bevolkingsgroepen over de stad erg belangrijk is. Daarnaast stelde hij voor om scholen te verplichten een bepaald percentage allochtone leerlingen te hebben.
Alphen Eén benadrukte dat we af moeten van het idee van zwarte scholen. De Groot stelde voor om het om te keren, en juist kinderen van zwarte scholen naar witte scholen te sturen, om op die manier de integratie te bevorderen. Ook De Groot wees er echter op je dit niet af kan dwingen.
Stelling Twee: de AOW
De tweede stelling ging over de opbouw van de AOW. De hoogte van de AOW uitkering wordt bepaald door het aantal jaren dat je in Nederland (of de EU) hebt gewerkt. Voor gastarbeiders, maar ook voor mensen die in het buitenland hebben gewerkt, betekent dat dus dat ze geen volledige AOW uitkering krijgen.
Deze discussie is niet erg relevant voor de lokale verkiezingen, want dit zijn zaken die landelijk geregeld werden. Dit werd ook door diverse partijen opgemerkt.
Wat echter wel heel duidelijk werd tijdens deze stelling was dat de gemeente wel allerlei extra voorzieningen heeft voor mensen die slechts van een kleine AOW rond moeten komen, maar dat de toegang tot die voorzieningen niet altijd even helder is voor veel mensen, en dat daardoor niet altijd van die voorzieningen gebruik wordt gemaakt. Dat komt deels doordat het vaak best wel ingewikkeld is om allerlei regelingen aan te vragen.
Stelling Drie: Wie krijgt aandacht
Stelling drie luidde: De Alphense politiek is gericht op problemen en probleemgroepen. De modale burger of groepen krijgen te weinig aandacht.
Dit was een stelling waar eigenlijk geen tot weinig discussie over op gang kwam. Een van de aanwezigen merkte op dat de tijd best wel vol liep, en vroeg of hij in plaats daarvan zelf een aantal vragen in mocht brengen. Dat mocht. Gelukkig.
Vragen vanuit de zaal
De vragen van deze inspreker gingen met name over scholing. Namelijk (1) wat doet de gemeente tegen schooluitval, en (2) hoe betrek je ouders bij de scholing van hun kinderen.
Om met de eerste vraag te beginnen. De PvdA pleit voor een versterking van het MBO, en het aanbieden van meer stageplaatsen. De VVD gaf aan dat er al veel gedaan werd, en vroeg zich af hoe ver je moet gaan.
Het CDA sprak er over dat er in Alphen 2 leerparken komen waar VMBO en MBO goed op elkaar aansluiten. De bedoeling is dat die vanaf 2014-2015 actief zijn. Leefbaar Alphen pleitte voor de sociale dienstplicht en voor het eerherstel van de ambachtsschool.
D66 wil een betere registratie van verzuim, en eerder ingrijpen. Er moet direct geinventariseerd worden waarom leerlingen van school gaan, en er moet vroeg ingegrepen worden. Alphen Eén vind het belangrijk om ook de ouders aan te spreken.
Op de vraag hoe je ouders kan betrekken bij de school gaf Alphen Eén aan dat je dat niet af kan dwingen. Wel kunnen de school en de diverse zelforganisaties dat stimuleren.
Leefbaar Alphen gaf aan dat ook het belangrijk is dat de ouders en de omgeving leerlingen perspectief bieden en uitstralen dat het belangrijk en zinvol is om een diploma te halen en een rol in de maatschappij te vervullen. Ook benadrukte Koornstra dat het belangrijk is om hier vroeg mee te beginnen: taal is cruciaal.
De ChristenUnie meldde dat er ondertussen een aantal verzuimambtenaren actief zijn om het verzuim terug te dringen, en dat er daarnaast ook mentorprojecten zijn gestart.
Stelling vier: het belang van zelforganisatie
Stelling 4 benadrukte dat zelforganisatie van allochtone bevolkingsgroepen belangrijk is als middel om participatie en integratie te bevorderen.
Vertegenwoordigers van diverse zelforganisaties gaven aan dat het inderdaad belangrijk is dat allochtonen zich organiseren, en dat deze organisaties een brugfunctie hebben naar de Nederlandse samenleving toe.
Diverse partijen sloten zich hierbij aan, en benadrukten dat het wel belangrijk is dat dit niet leidt tot een isolement.
Stelling vijf: de burger heeft geen vertrouwen in de politiek
Stelling vijf was een mooie afronder: de burger heeft geen vertrouwen in de politiek. Politiek is ver van de behoefte van burgers. Dit is wel een interessante stelling, de laatste tijd wordt toch op meerdere plaatsen de vraag gesteld hoe de burger bij de politiek te betrekken is.
Het CDA zegt met mensen in gesprek te gaan waar dat kan en ze ook op te zoeken als dat nodig is. Er wordt veel geroepen over de afstand tussen burger en politiek, maar mensen kunnen zelf ook wat doen en op zoek gaan naar informatie. Alle informatie staat in het Witte Weekblad, aldus Dobbe.
Oppatja van de PvdA benadrukte zelf ook een burger te zijn, die toevallig politiek actief is. Zij roept de mensen op als ze iets willen naar de PvdA toe te komen, de partij zal dat andersom ook doen.
Van As van Nieuw Elan benadrukt dat alles om communicatie gaat, en daar schort het volgens hem aan bij het huidige college. Het college moet volgens hem assertiever zijn, en meer de burger opzoeken. De gemeente schiet daarin te kort.
Trots op Nederland wil de burger meer zeggenschap geven door het invoeren van een bindend referendum. Zo wil De Vries referenda houden over de miljoenenprojecten die gepland staan voor de Lage Zijde, zoals het Cultuurhuis en het Waterfront.
Leefbaar Alphen benadrukt dat mensen terecht geen vertrouwen hebben in de communicatie met organisaties. Organisaties en instellingen moeten niet met elkaar praten, mensen moeten met elkaar praten, van mens tot mens, dat werkt veel beter.
Alphen Eén geeft aan al jaren te proberen naar de burger te luisteren. De Groot roept mensen op haar partij te benaderen, zodat ze ook kunnen luisteren.
D’66 meent dat het vertrouwen toeneemt door een betere communicatie. Mensen moeten goed geïnformeerd worden waarom en wanneer besluiten moeten worden genomen.
Gebel van de VVD gaf aan dat mensen het gevoel kunnen hebben onvoldoende gehoord te worden. Hij denkt dat partijen meer gebruik moeten maken van nieuwe media, en roept mensen ook op om contact te zoeken als ze vragen of problemen hebben. Hij gaf aan als politicus beter bereikbaar te zijn dan als huisarts.
De VVD organiseerde 1x per maand een spreekuur bij een brasserie in de Aarhof, maar daarbij werden ze slechts door enkele mensen aangesproken, terwijl er duizenden langskomen op zo’n dag. Zijn wij zo eng, zo vroeg hij aan de zaal.
De Roo van GroenLinks benadrukte dat de politiek zeker toegankelijk is, mensen kunnen inspreken, en ook GroenLinks is bereikbaar, via site, mail en twitter.
De ChristenUnie gaf aan dat er wel degelijk naar mensen wordt geluisterd. Als voorbeelden werden het bestemmingsplan Aarlanderveen, de Prisma School en de Thermen genoemd. In al die gevallen werden de plannen aangepast naar aanleiding van de inbreng van bewoners.
Kortleven van de ChristenUnie benadrukte daarbij dat het vaak voor burgers niet duidelijk is HOE ze in kunnen spreken, en dat hier veel meer voorlichting over moet komen.
Volgens Schriek van de SP zit het probleem hem in de kern er in dat mensen niet weten hoe ze de politiek moeten bereiken. De afstand tussen bestuurders en de mensen is te groot. Daarom wil de SP bestuurders verplichten om een deel van hun tijd in de wijk door te brengen.
Al met al
Al met al was het een geslaagde bijeenkomst. Het publiek was betrokken, het debat was wat chaotischer dan vorige week, maar de opkomst was veel hoger. Al met al denk ik dat dit een geslaagd politiek café was.