Holland gedurende de Franse bezetting

De Franse Revolutie van 1789 had ook voor ons land verdragende gevolgen. En voor de familie Kroon natuurlijk ook. De Franse Revolutie was besmettelijk voor de omringende landen.
Franse revolutionaire troepen trokken Belgie (toen de Oostenrijkse Nederlanden) binnen onder bevel van Generaal Jean-Baptiste Jourdan. De Oostenrijkse troepen werden werden op 26 juni 1794 verslagen bij het plaatsje Fleurus.
Dit was het begin van een Frans offensief tegen de Lage Landen. In deze veldslag werden voor de eerste keer ballonnen voor observatie gebruikt. België en Luxemburg werden door Frankrijk geannexeerd. De beurt van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën , de noordelijke Lage Landen, zou spoedig komen.
Aan het einde van het jaar 1794 trokken de Franse troepen Holland binnen onder het bevel van Generaal Charles Pichegru. Franse troepen defileerden in Amsterdam in december.
In januari 1795 raakte de Marine van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën rondom het eiland Texel door pakijs ingevroren en werd bij Den Helder door de Franse troepen verslagen.
De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd nu een zuster-republiek van Frankrijk onder de naam van de Bataafse Republiek. De stadhouder Willem V vluchtte voor de tweede keer naar Engeland. De regering in Parijs maakte de wet uit in de Bataafse Republiek, provincies werden door departementen vervangen. Na Frans voorbeeld nu genoemd na rivieren en riviermonden. Zelfs de namen van de maanden werden veranderd en de Franse revolutionnaire kalender werd aangenomen.
Ook op plaatselijk bestuur van de dorpen en steden kwamen er ingrijpende veranderingen. Dat zal vast niet zonder gevolgen geweest zijn voor onze familieleden en onze landgenoten in het algemeen. De macht in de afzonderlijke steden en dorpen in het platteland werd overgenomen door revolutionnaire comités.
Schouten, ambachtsbewaarders en schepenen werden ontslagen. Ambachtsbesturen werden vervangen door “municipaliteiten” en de Franse taal ingevoerd naast de Hollandse taal in officiële aktes, zoals we in het boek van Dick van Wingerden “Vier eeuwen familie Kroon” (Rotterdam mei 2000) kunnen lezen. De schout, ambachtsbewaarders en schepen werden verzocht “het veld te ruimen”. In Oudshoorn werden twee uitzonderingen gemaakt voor de bode Jacobus van Yzendijk en de secretaris Cornelis van der Lee mochten aanblijven, deze waren volgens de nieuwe Franse machthebbers “het vertrouwen van het volk waardig”.
Ook in Woubrugge kwam verandering in het ambachtsbestuur. Jacob Claessen werd in maart 1795 als schout afgezet. Abraham Kroon, landbouwer en tevens schepen van de Heerlijkheid Esselijkerwoude, protesteerde in een woedig vlugschrift aan de Représanten van het Volk.
Ook in het dorp Alphen vonden ingrijpende veranderingen plaats. De Oranjegezinde schout, Leendert Ciggaer, werd door de Fransen in 1795 afgezet en vervangen door Pieter Dozy. Zoals vele Holllanders in die tijd van de gegoede middelklasse was hij fransgezind. Hij was geen vurig patriot en voor Alphen geen slechte schout, hij was zelfs een zeer gematigde figuur. Hij bleef aan gedurende de periode dat Lodewijk Bonaparte (de broer van de Franse Keizer Napoleon), Koning van Holland was.
Maar door problemen met het Franse bewind werd Pieter Dozy in 1811 uit zijn ambt gezet, maar hij bleef aan als vrederechter tot aan zijn dood in 1836. Na de afzetting van Pieter Dozy als schout van Alphen werd hij vervangen door J.E.Goetzee die aan bleef tot december 1812.
Op 29 juli 1809 trachtten de Engelsen een militaire expeditie om in Walcheren te landen om de Fransen te verdrijven. Dit draaide echter op 9 december op een mislukking uit. De Hollanders waren steeds minder bevreden met het Franse bewind. Op 9 juli 1810 zette Napoleon zijn broer af als Koning van Holland. Holland werd nu eenvoudig bij Frankrijk ingelijfd.
In 1812 leed Napoleon een grote nederlaag in zijn mislukte campagne in Rusland, waar bij tientallen duizenden soldaten gedood werden of gevangen genomen. Hollanders en mannen van andere ingelijfde landen, namen ook aan deze expeditie verplicht mee. Duizenden kwamen nooit meer naar haar gezinnen terug. Vele vielen in de verschrikkelijke terugtocht in november 1812 met temperaturen van -30°
Het Franse bewind was echter niet helemaal negatief voor ons land. Behalve de belangrijke veranderingen op het gebied van landelijk en plaatselijk bestuur, was de invoering van het “système métrique”. Het was gedaan met “morgens en roeden” voor oppervlakten, het werden hectaren (1 hectare was ongerveer 0.875 morgen, 1 roede was 3.44 meter en er waren zelfs nog plaatselijke verschillen). Alhoewel op het platteland nog lang over “morgens” en “bunders” werd gesproken.
Afgelopen ook met de “de Hollandsche voeten” hier kwamen “meters” voor in de plaats en kilometers in plaats van “mijlen”. Voor inhoudsmaten kwamen liters en hectoliters, alhoewel nog jaren lang in de volksmond de oude maten werden gebruikt.
Maar nog veel belangrijker voor ons was in 1811 de invoering van de Code Civil (Wet op de Burgelijke Stand). Geboortes, huwelijken en overlijden werden nu in de nieuwe “municipaliteiten” in het bevolkingsregister ingeschreven en niet langer in kerkregisters.
Een Code Pénal (Wetboek van Strafrecht) en een Code d’Instruction Criminelle (Wetboek van Strafvervolging) werden eveneens ingevoerd en in ons land toegepast. Met de verschrikkelijke gevolgen voor sommige van onze landgenoten uit het Rijnland.

De opstand tegen het Franse bewind begon in Alphen

Een vergeten geschiedenis

De opstand tegen het Franse bewind begon 20 april 1813 in Alphen met het uithangen van de oranjevlag uit de toren van de Alphense dorpskerk. De oorzaak van deze opstand was de conscriptie, verplichte dienstplicht, voor alle mannen in de leeftijd van 20 tot 40 jaar. Het was makkelijk voor het bewind die mannen op te roepen, daar ieder burger nu in de bevolkingsregisters moest zijn ingeschreven.
Vele doken onder om aan de conscriptie te ontwijken. Relletjes braken uit vooral in Woubrugge, Oudshoorn, Leiden en Alphen. Franse gendarmes maakten arrestaties van zeven en twintig oproerscheppers die in Leiden voor de krijgsraad moesten staan. In toepassing van het pasingestelde Wetboek van strafvervolging werden negen beklaagden vrijgeproken, dertien veroordeeld tot zware gevangenisstraffen en vijf mannen ter dood veroordeeld.
Vier werden voltrokken en één man, Jan de Blom, een 49-jarige molenaar uit Alphen, slaagde er in de vlucht te nemen. De dorpelingen uit Woubrugge en Oudshoorn werden opgesloten in de Leidse gevangenis ‘s-Gravestein.
Op donderdag 29 april 1813 werden Cornelis van den Bos, een 30 jarige timmerman uit Alphen; Cornelis Kruyk, eveneens uit Alphen, huisbediende 26 jaar; Abraham van Duren, een 34 jarige schoenpoetser uit Leiden en Frans Ribot, een 42 jarige lijndraaier, eveneens uit Leiden, op de Vestwal vlakbij de Hoogewoerdsepoort in Leiden, door de Fransen doodgeschoten (gefusileerd zeggen de Fransen). Om de rust bij de executie te kunnen handhaven, werden 600 man Franse troepen naar Leiden gezonden. Die bleven daar drie weken.
Het gaat zonder zeggen dat deze executies veel emotie veroorzaakten in Alphen en Leiden. Mensen waren stil en bang in afwachting van andere gebeurtenissen. Maar de volksopstand was door Franse militaire kracht onderdrukt.

image

Vignette van ’t Dorp Alphen met de Oranjevlag op de Alphense kerk

In mei moesten dorpelingen zich inschrijven om in dienst te treden van de Nationale Garde. Op 2 mei had het Franse leger een overwinning behaald op de Russen en de Pruisiërs bij Lützen en daar kreeg de “medewerker”, schout van Oudshoorn, Leendert Kalkoven opdracht voor om op zondag 23 mei in alle kerken gedankdiensten te houden en een “Te Deum” te laten zingen.
Op 15 augustus 1813 werd de verjaardag van “Zijne Majesteit den Keizer en Koning” in ons verplicht gevierd met forse klokkengeluid, het houden van dankdiensten in de kerken en het uithangen van vlaggen van “des Morgens tot Zonneondergang” op alle publieke gebouwen en schepen. Officiële bekendmaking van het programma werd op 12 augustus door de Adjunct Maire van Oudshoorn, Leendert Kalkoven, bekend gemaakt.
Maar het is niet zeker dat God zo met Napoleon was. De troepen van de Europese Natie verzamelden zich in een coalitie en brachten aan de Franse Keizer een grote nederlaag toe in de “Bataille des Nations” (de Slag des Naties) op 16-19 oktober bij Leipzig in Duitsland.

image

Slag des Naties – 18 oktober 1813 – troepen van Russen en Pruisen belegeren Leipzig

Dat bracht een einde aan de Franse overheersing in Europa en dus de Franse bezetting van ons land. De laatste Franse troepen vertrokken uit het Rijnland aan het einde van november 1813, niet zonder om op 24 november in Woerden de misdaden herhaalden die hun voorvaders in 1672 hadden bedreven in Zwammerdam en Bodegraven. Vele inwoners werden mishandeld en gewond. In de stad werd grote schade aangebracht door terugtrekkende troepen.

Op 19 november werden de gevangen dorpelingen uit de Leidse gevangenis ontslagen.

Op 23 november werd bij proclamatie in ‘s-Gravenhage, Nederland weer vrij verklaard. Een Algemeen Bestuur werd ingesteld door Gijsbert Karel van Hogendorp, A.F.J.A. graaf van de Duyn van Maasdam en Leopold graaf van Limburg Stirum, om het land weer op normale gang te brengen, na het definitief vertrek van de Franse troepen. De prins van Oranje, in ballingschap in Engeland, werd teruggeroepen.

image

Het Algemeen Bestuur met v.l.n.r. Gijsbert Karel van Hoogendorp, A.F.J.A. graaf van Duyn van Maasdam en Leopold graaf van Limburg Stirum trad op als voorlopige regering na de proclamatie van 21 november 1813

De terugkeer van de Prins van Oranje

Op vrijdag 26 november verliet prins Willem Frederik met het schip “The Warrior” Engeland in gezelschap van de vertegenwoordiger van de Engelse regering, Richard le Poer French, Earl of Clancarty.

De Noordzee was slecht met hoge golven en zware windvlagen. Pas vier dagen, op dinsdag 30 november 1813, later landde het schip op het strand van Scheveningen, tegen vier uur in de middag. De sloep van de prins en zijn gevolg kwam ongeveer op dezelfde plaats aan waar hij achttien jaar eerder met zijn vader naar Engeland had moeten ontvluchten.

image

Landing van Prins Willem Frederik te Scheveningen

De prins werd eerst door enthousiaste vissers in een door paarden getrokken boerenwagen naar het huis van de tijdelijke gouverneur van de stad , Leopold graaf van Limburg Stirum, gebracht op de Lange Voorhout, bedekt met bladeren als gevolg van de zware storm van de voorafgaande dagen.
Inmiddels waren uitnodigingen uitgezonden naar de Haagse notabelen om kennis te maken met de prins.
Na afloop van de audiëntie van de notabelen dracht de prins een bezoek aan Gijsbert Karel van Hogendorp in zijn woning aan de Kneuterdijk. Veel werd er in de kranten niet over geschreven, althans niet over de inhoud van het gesprek. In ieder geval had van Hogendorp geijverd voor de terugkeer van het Oranjehuis. misschien had hij persoonlijke politieke ambities, maar dat weten we niet. Van Hogendorp had een schets gemaakt voor een grondwet. De prins was in 1813 één en veertig jaar oud, geen politieke ervaring. Zou hij een nieuwe stadhouder worden ?
Het Oranjebewind werd in alle eer hersteld in Holland in de persoon van prins Willem Frederik, die op donderdag 2 december 1813 in de Nieuwe kerk op de Dam te Amsterdam officieel als souveraine vorst werd ingehuldigd onder de naam van Koning Willem I.
Op zondag 5 december werden in alle kerken in Holland een dankdienst gehouden. Holland was weer vrij ! Dominee Sieverts hield zijn dankdienst in de Alphense kerk, daar waar acht maanden eerder de opstand was begonnen. Zijn preek was zeer indrukwekkend en de aanwezigen luisterdan met grote aandacht. Aanwezig waren als plaatselijke notabelen Leendert Ciggaer, in zijn funktie hersteld als schout van Alphen, Pieter Dozy, de vrederechter van Alphen en Steenstra Toussaint, schout van Aarlanderveen. Ook was aanwezig, in de overvolle kerk, Jan de Blom, die door vlucht zijn hoofd had gered in Leiden in april 1813.
Naast hem zat zijn vrouw Neeltje en hun acht kinderen.
Dominee Sieverts gebruikte in zijn preek de volgende woorden:

“……Dictatuur schrijft voor wat een mens moet denken en geloven. Maar dictatuur heeft geen toegang tot je hart, je gevoel en je geloof. Dictatuur schrijft voor om in de kerk te bidden voor de keizer der Fransen. Ook in déze kerk. Maar bidden doe je niet op commando. Bidden doe je met je hart., van je binnenkant, omdat je het wilt!” Wij kunnen nu in vrijheid bidden. Daazrom moeten we steeds bedenken dat in de strijd om die vrijheid de generaals onze helden zijn, doch dat het de soldaten zijn die voor de vrijheid hebben moeten vechten. De namen van de generaals worden opgetekend in het boek van de historie. De soldaten blijven echter naamloos en worden zeer snel vergeten.
De soldaten van onze gemeente hebben zo ver vooraangestaan, dat ze niet meer terug zouden komen. Hun stoelen zijn voortaan leeg. Wij missen hen. Wij missen Cornelis van den Bos en Cornelis Kruyk. Samen met vele anderen uit onze gemeente hebben zij gezorgd dat wij vandaag in vrijheid kunnen danken en bidden”.

Dominee Sieverts kijkt de kerk rond. Hij wacht, als hij nadenkt. Het blijft stil in de kerk, niemand beweegt. Hij stond eerst met beide handen geleund op de lezenaar, doch nu recht hij zich. Hij wijst dwingend met zijn rechterhand de kerk in. Het lijkt wel alsof hij iedereen persoonlijk aan wijst. Zijn stem klinkt plotseling  indringend. Ieder woord wordt apart uitgesproken.

“Vandaag zijn we dankbaar. Vandaag kennen we ook nog de soldaten, die voor ons hun leven hebben gelaten. Vandaag gedenken wij Cornelis van den Bos en Cornelis Kruyk. Vandaag gedenken wij de slachtoffers van de onderdrukking. Wij moeten echter wel bedenken dat uw gemeenschap haar gevoelens in niets zo zeer zal tonen, dan door hetgeen u zult vergeten. Kennen we morgen alleen nog maar de generaals? Laat ons danken.”

Dominee Sieverts vouwde zijn handen en boog zijn hoofd.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de “International Kroon Times” nr.9 (juli 2003).

Bronnen geraadpleegd voor dit artikel :

  • Henk Dinkelaar : “Volk in Opstand, Dagboek van een Dorpeling”- Stichting Rijnlandse Historiën, Alphen aan den
    Rijn, 1990.
  • Jean Tulard : « Napoléon » – Librairie Arthème Fayard, Paris, 1987.
  • Georges Bordonove : « Napoléon » – Editions Pygmalion – Gérard Watelet, Paris, 1978.
  • Gunther E.Rothenberg : “Les Guerres Napoléoniennes”- Editions Autrement, Paris, 2000.
  • Marcel Baldet : “Dans les armées de Napoléon” – Librairie Hachette, Paris, 1964.

© Hans Arie Kroon – 18 november 2007.