De geschiedenis van Aarlanderveen

Situatie en ligging

Aarlanderveen bestaat niet meer als een zelfstandig dorp, maar is sinds 1918 opgenomen in de gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen met Oudshoorn en Alphen.

Het dorp Aarlanderveen bestond uit twee delen. Het ene deel, het eigenlijke dorp, was midden in de polder gelegen en het tweede deel lag aan de rechteroever van de Oude Rijn, aan de zogenaamde Lage Zijde, tegenover het dorp Alphen wat aan de linkeroever van de Oude Rijn lag, de zogenaamde Hoge Zijde.

Het dorp werd in het westen begrensd door de Kromme Aar, een riviertje wat in de Oude Rijn uitliep en wat de grens vormde met het dorp Oudshoorn. In het noordwesten vormde de “hooftvaert” de scheiding met het dorp Ter Aar. In het oosten was de Ziende de limiet. In het noorden maakte de oostkade de grens uit met de polders die tot het dorp Nieuwkoop behoorden. Ten zuiden stroomde traag, en soms vlug, de Oude Rijn in de richting van Katwijk aan Zee, waar hij door een sluis in de Noordzee uitmondde.

Een beetje geschiedenis

Aarlanderveen is in de hele wereld beroemd vanwege haar Molenviergang, de enige in de wereld nog als zodanig werkzame serie windwatermolens. Deze molens dateren uit het einde van de achttiende eeuw, toen begonnen werd met het droogleggen van het ten westen van Aarlanderveen gelegen water. Deze grote uitgestrekte waterplas was ontstaan door het uitvenen van het land sinds de 15de eeuw.

image

Een van de molens die deel uitmaakt van de molenviergang van Aarlanderveen

Maar eigenlijk was het dorp veel ouder, de eerste keer dat Arlederevene in een officiële tekst genoemd werd, was in een document gedateerd “den vyfden daeghe van November in het jaer van Onse Lieve Heer Twaalf Hondert en Vier en Tien” (5 november 1214) toen de Graaf Willem van Holland zijn twaalf jaar oude zoon, Floris, verloofde met de vijfjarige Machteld van Brabant, de dochter van de Hertog Hendrik van Brabant. Voor dit later te voltrekken huwelijk werd de som van 500 Hollandse ponden toegelegd. Een ènorme som voor die tijd.

Over de oorsprong en de betekenis van de naam van het dorp wordt nog steeds geredeneerd. Het ligt voor de hand dat de naam Aarlanderveen is afgeleid van “Veenland gelegen aan den Aar”. Hoewel het afgraven van veen voor het winnen van turf als brandstof pas in de 16eeuw goed op gang kwam, werd de naam Arleveen reeds in de 13de eeuw vermeld toen akkerbouw nog de belangrijkste activiteit in het dorp was.

Uitbreiding van de bevolking en de economie

Een ‘enqueste’ (onderzoek) in 1494 gehouden duidt de aanwezigheid van 80 ‘haertsteden’ (woningen), waarvan de meeste inwoners onder de armen konden worden gerangschikt. In de tijd van Hertog Karel waren er 25 ‘haertsteden’ bijgekomen. Het houden van ‘koeyen’ wordt vermeld, alsmede het begin van ‘turfdelvinghe’ wordt aangeven. de meest zeer eenvoudige boerenhuisjes stonden langs de Aerlanderveensche Dijck, zoals ook te zien is op de bijgaande kaart van Floris Balthazarszoon van Berckenrode uit 1615.

image

Een detail uit de kaart uit 1615 van Floris Balthazarszoon van Berckenrode waarop de huisjes langs de Aerlanderveensche Dijck te zien zijn.
BRON: Historische Vereniging Alphen aan den Rijn

Twintig jaar later, de ‘Informacie’ (volkstelling) van 1514, geeft voor de nederzetting Arleveen en Outshoorn, 139 “haertsteden, of der welcke 58 die arm zijn, die met heemgelden (belasting) niet gelden of geven”. De ‘Informacie’ geeft geen groei van het aantal ‘haertsteden’ in de laatste tien jaren aan.

De oppervlakte van het dorp was 3550 morgen (ongeveer 3046 ha). Twaalf ‘heemluyden’ (inwoners) behoorden tot de ‘rijcksten’ en bezaten 300 of meer morgen land. Sommigen hadden 3, 4, of 5 ‘koeyen te weijden’. Maar enkele boeren bezaten 9 of 10 ‘koeyen’. De activiteit na veeteelt, was de handel in hout en het delven (afgraven van turf).

Hennep en vlas

In de tijd van Keizer Karel V werd een nieuw gewas verbouwd, namelijk hennep. Als gehekelde vijzels van vlas, werd hennep gebruikt voor de fabricatie van touw en trossen voor de schepen. Dit was voor de boeren een belangrijke bron van inkomsten. Ze konden een deel van hun productie als belastinggeld ‘in natuur’ aan de Graaf van Holland afdragen. Een gedeelte van de hoger gelegen landen werd voor de groei van vlas gebruikt. Gekeuvelde hennep werd per schouw aan de zogenaamde ‘hennepkopers’ van de hand gedaan.

In de achttiende eeuw liep deze activiteit echter achteruit, omdat het financieel minder opbracht, om in het einde van de negentiende eeuw helemaal te verdwenen. Er werd nu ook veel meer op veeteelt en akkerbouw overgegaan.

Overgang op veeteelt en akkerbouw

Haver, gerst en rogge waren de voornaamste verbouwde graansoorten. Er werd weinig broodgraan verbouwd, dat werd voor onze streken goedkoper op grote schaal uit de Baltische landen ingevoerd. De Aarlanderveense boeren legden zich steeds meer op veeteelt toe, waarvan de zuivelproducten als boter en kaas veel geld opleverden en een goede aftrek in de grote steden vonden.

Veenderij wordt belangrijker

Vanaf de 16de eeuw nam de veenderij zeer in belangrijkheid toe. In de grote steden als Amsterdam, Haarlem, Leiden en Gouda was veel vraag naar turf als brandstof voor verwarming van woningen, in plaats van hout, wat nu meer voor de scheepsbouw gebruikt werd. In 1840 telde Aarlanderveen ongeveer 360 ‘haertsteden’ en telde ongeveer 2600 inwoners.

Elf jaar later, in 1851, had het dorp Aarlanderveen een oppervlakte van 2700 bunder. Daarvan werden er 781 gebruikt als weiland, 620 als hooiland, 149 voor de verbouwing van rogge en 152 bunder voor de verbouwing van haver.

Wat de veeteelt betreft, er kan vermeld worden dat het dorp werd “bewoond” door 1600 koeien, 200 kalveren, 1000 schapen, 338 varkens, 73 geiten en een grote hoeveelheid pluimvee. Ten slotte was het nog vermeldenswaard dat de gemeente 24 boomgaarden telde.

Bedrijvigheid aan de Lage Zijde

Naast deze belangrijke bron van inkomsten, vonden een behoorlijk aantal bewoners van de Lage Zijde werk in een aantal langs de Aarkade geconcentreerde pijpenmakerijen, de zogenaamde Alphense beschuitmakerij en in de handel, hoofdzakelijk in de kaashandel en de winkelnering. Aan de Oude Rijn stond de houtzaagmolen, die later werd aangepast om tras te maken, een bindmiddel voorganger van cement.

Spaarbank

In 1819 werd er in Aarlanderveen, samen met het nabijgelegen dorp Zwammerdam, een Spaarbank opgericht, “Het Nut tot het Algemeen”. In 1840 telde “Het Nut” in het departement ongeveer 25 leden. Aarlanderveen, wat het dorp betreft, bleef toch hoofdzakelijk veel op landbouw en veeteelt aangericht. Het ziet er vandaag de dag nog zeer landelijk uit. Getuige daarvan de talrijke mooie boerderijen, nu meestal gerestaureerd en als woonhuizen ingericht, die daar nu nog staan en waarvan men de mooie foto’s kan bewonderen in het boek van W.Kuyper, “Het Monumentele Hart van Holland”. (Uitgever : Canaletto in Alphen aan den Rijn)

image

De Dorpsstraat van Aarlanderveen
BRON: Historische Vereniging Alphen aan den Rijn

Op de Lage Zijde, meer stedelijk, stonden de winkels en de neringen in de Van Manderloostraat en in de Raadhuisstraat stond het Gemeentehuis, nadat eeuwenlang de Ambachtsheren van Aarlanderveen hun vergaderingen hielden in herbergen, zoals “de Vergulde Wagen”.

image

Het Raadhuis van Aarlanderveen
BRON: Historische Vereniging Alphen aan den Rijn

Verstedelijking van de Lage Zijde

Vooral sinds de Eerste Wereldoorlog en de aansluiting met Alphen op 1 januari 1918, heeft Aarlanderveen zich enorm ontwikkeld en uitgebreid. Daar heeft ons familielid Willem Bartholomeus Kroon (XI-16) als architect ook een groot aandeel aan gehad (zie I.K.T.nr.4 -maart 2002 en de “Viersprong”, nr.54 -februari 1998).

image

De Raadhuisstraat aan de Lage Zijde in 1898
BRON: Historische Vereniging Alphen aan den Rijn

Wat minder bekend is dat er tussen 1915 en 1936 Aarlanderveen ook een eigen NS station had aan de de voormalige lijn van Amsterdam naar Alphen via Uithoorn. Deze lijn werd in 1936 opgeheven en op het oude bouwlichaam ligt nu de Nieuwkoopseweg. De opheffing van het station heeft zeker de ontwikkeling van Aarlanderveen in zekere mate geremd, en gelukkig maar voor ons, opdat hierdoor het landelijke karakter van het voormalige dorp Aarlanderveen voor de huidige generatie bewaard gebleefd werd.

De Aarlanderveense kerken en hun geschiedenis

De pastoor, Vranck Lambrechtszoon Zael, een verre voorvader van mijn grootmoeder, Geertruida Kroon-Zaal, geeft omstreeks 1550 een aantal van ongeveer 300 communicanten aan. De middeleeuwse kerk in het dorp is ons vooral bekend door het schilderij van de Amsterdamse schilder Johan Beerstraeten gemaakt rond 1655. Het toont dat het middenschip uitgebroken is door de Spanjaarden gedurende de Tachtig Jarige Oorlog (1568-1648).

Het schilderij van Beerenstraeten heeft jarenlang in het voormalige raadhuis van Alphen aan den Rijn aan het Burgemeester Visserplein gehangen. En zal vast ook wel een ereplaats vinden in het nieuwe stadhuis wat in 2003 in gebruik werd gesteld.

De Hervorming

De kerk was voor de Hervorming oorspronkelijk aan Johannes de Doper gewijd, en kwam tussen 1573 en 1574 in handen van de protestanten. De eerste “dienaar des Goddelijken Woords tot Aerlanderveen” was Dirk Pietersz. Deze kerk werd in de nacht van 18 op 19 december 1660 door een zware storm vernietigd. Alleen de middeleeuwse toren bleef nog overeind staan. Deze toren werd in 1803 afgebroken.

In 1661 werd aan de bouw van een nieuwe kerk begonnen waarvan, Isbrant Hendriksz. Muyen en Jan Claesz. Pety uit Leiden de bouwmeesters waren. Deze zogenaamde nieuwe kerk werd in 1904 gesloopt en in 1905 door een nieuw kerkgebouw vervangen van de hand van de architect Anton van der Lee. Hervormde Aarlanderveenders aan de Lage Zijde woonachtig ging in Alphen naar de kerk, totdat in 1665 een hervormde kerk werd gebouwd in Oudshoorn aan een bocht van de Rijn.

Katholieke kerk

image

De Rooms-Katholieke Petrus en Pauluskerk omstreeks 1920.
BRON: Historische Vereniging Alphen aan den Rijn.

De katholieken hielden hun dienst gedurende het verbod van het katholieke geloof in een zogenaamde schuilkerk totdat de Ambachtsheren van Aarlanderveen, de familie Nooms, die rooms-katholiek waren, ervoor zorgden dat de katholieken in 1778 hun eigen kerkgebouw kregen. Gedurende de periode van de afbraak van de schuilkerk en voltooing van de nieuwe kerk, hielden de katholieken hun Heilige Mis in de stal van de nog bestaande Kruiswoning aan het Noordeinde 20.

De nieuwe kerk was een ruim gebouw wat nauwelijks een schuilkerk genoemd kon worden. Het werd in 1897 vervangen door een modern neo-gotisch kerkgebouw gewijd aan de Heiligen Petrus en Paulus van de hand van de architect Jos Cuypers.

Gereformeerde kerk

De scheuring in de protestante godsdienst in 1834, de zogenaamde “Afscheiding”, was ook in Aarlanderveen niet zonder gevolgen. De Christelijk Gereformeerden bouwden hun eigen houten kerk gebouw in het dorp in 1893, wat in 1969 werd afgebroken om plaats te maken voor een nieuw stenen gebouw. De Gereformeerden kregen in 1865 hun eigen kerkgebouw, het voormalige “Instituut”, en verhuisden in 1888 naar de toen gebouwde Maranathakerk aan de Lage Zijde.

image

De Maranathakerk
BRON: Historische Vereniging Alphen aan den Rijn

Parijs, 2 september 2003            Hans Arie Kroon

Bronnen

  • P.C.Beunder en en A.J.J. van ‘t Riet : “Omzien naar Aarlanderveen” (1992)
  • W.Kuyper : “Het Monumentale Hart van Holland” (2003)

Reageren

U kunt contact opnemen met Hans Kroon door te mailen naar hanskroon@alphen.com